1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 209
VRAGEN EN BEANTWOORDING
183
demonstrate t h a t this development takes place through the intermediary of gene agents and enzymes produced by the genes. LITERATUUR : Dunn, L C — Genetics in the 20th century 1951 MacmiUan, New York. Sinnott, E W , Dunn, L C and Dobzhansky, Th. — Principles of genetics. 4th ed 1950. McGraw-Hill, New York Sirks, M J — Handboek der algemene eifelijkheidsleer. 4e druk, 1948. Martmus Nijhoff, 's-Gravenhage. Timofeeff-Ressovsky, N W und Zimmer, K. G. — Das Trefferprinzip in der Biologie, 1947 Hirzel, Leipzig. Williams, R T. — Biochemical aspects of genetics. 1950 University Press, Cambridge.
VRAGEN EN BEANTWOORDING Dr Munting . Met behulp van welk microscoop worden de chromosomen en genen geobserveerd? Heeft bij dit onderzoek de electronenmicroscoop reeds zijn diensten bewezen' Antwoord De chromosomen kunnen met behulp van het gewone lichtmicroscoop worden geabsorbeerd en ook kunnen hiermede, tijdens een bepaald stadium van de kerndeling, de chromomeren worden waargenomen Chromomeren zijn min of meer bolvormige verdikkingen van de chromosomen, die op de wijze van parels aan een parelsnoer, langs het chromosoom gerangschikt liggen Wegens h u n geringe afmetingen zijn ZIJ moeilijk voor onderzoek toegankelijk, behalve bij de reuzenchromosomen, waar zij veel groter zijn De m deze chromomeren gelegen genen zijn met het microscoop echter niet waar te nemen, ook niet met het electronenmicroscoop De elementen waaruit de levende wezens zijn opgebouwd, bezitten slechts een geimge absorptie voor electronenstralen, waardoor de organische stiuctuien weinig contrast vormen en moeilijk waar te nemen zijn, tenzij men „electron-stainmg" kan toepassen, d.w.z. absorptie van zware metalen aan de biologische structuren. Voor zover mij bekend, is het nog met gelukt de genen met een dergelijke techniek zichtbaar te maken Wel kan men de contouren van het chromosoom accentueren, door het onder bepaalde voorwaarden met metaaldamp te bestuiven. IVIen neemt hierbij echter slechts de oppervlakte waar, niet het inwendige van het chromosoom Ir J. Kooymans . 1. De genen bestaan uit nucleoproteiden. Elk gen heeft een eigen eiwit, gebonden aan nuclemezuur. Er zijn een groot aantal rassen van organismen. Daarnaast is er bij de mens in elk geval en mogelijk ook bij de hogere dieren nog onderscheid te maken in de individuen Uit dit alles is af te leiden, dat er een onnoemelijk aantal v e r schillende genen zijn Volgt hieruit, dat er dan ook miUioenen verschillende eiwitten zijn? 2 Wanneer uit eenzelfde ouderpaar, dus uit genen, die elk voor zich dezelfde chemische structuur bezitten, nakomelingen ontstaan van v e r schillend type (men kent zelfs discordantie bij eeneiige tweelingen), moet daaruit worden afgeleid, dat bij de vorming van die nakomelingen structuurwijziging in de genen plaats v i n d f Antwoord 1 De meest gecompliceerde eiwitten bestaan uit ongeveer twintig verscliillende aminozuren Dit maakt een zeer groot aantal combinaties mogelijk, met alleen omdat de aminozuren op zeer vele manieren onderling gerangschikt kunnen worden, maar ook omdat de verschillende aminozuren m wisselende hoeveelheden in de eiwitten voorkomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's