Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 323

2 minuten leestijd

GESPREK TUSSEN THEOLOGIE EN NATUURWETENSCHAP

289

In hetzelfde nummer van Wending waarin het Memorandum werd gepubliceerd, gaf Dippel, de impulsieve en strijdvaardige hoofdscheikundige van Philips' laboratorium, er al een uitvoerig artikel over onder de titel: „Natuuronderzoekers dagen de kerk uit". Dippel had zijn oordeel direct klaar. „De uitdaging moet geaccepteerd worden", zegt hij. In zijn bespreking prijst hij de opstellers van het Memorandum dat zij niet de veel voorkomende fout hebben gemaakt om te beweren, dat geloof en wetenschap in feite toch eigenlijk elkaar niet raken, dat de échte wetenschap zich niet bezondigt aan grensoverschrijdingen en het échte geloof van de échte kerk de wetenschap niet in de weg zit. In de harde practijk van het leven krijgen wereldbeschouwingen immers vorm en gestalte in de verwarring van half-begrepen leuzen, overdrijvingen en wetenschappelijke onhoudbaarheden. We moeten rekening houden, zegt Dippel, met de empirische schijnnatuurwetenschap en de empirische kerk. Verder betoogt hij, dat de situatie veel ernstiger is dan zijn vijf collega's hebben getekend. Het ,,elkaar niet verstaan" komt niet maar incidenteel op dit gebied voor; het is een algemeen verschijnsel in de tegenwoordige cultuur. Ook zet hij uiteen, dat het gepopulariseerde natuurwetenschappelijke denken over wetmatigheid, oorzakelijkheid en zichtbare meetbaarheid in onze huidige maatschappij het geestelijk leven heeft afgesnoerd. Dr Dippel vraagt zich met enige bezorgdheid af, of de kerk en de natuurwetenschap het gesprek waartoe de Utrechtse Kring hen oproept, wel zullen aankunnen. Hij meent, dat de grote meerderheid van de theologen heel weinig op de hoogte is van de natuurwetenschappelijke problemen en dat zij ook niet de gelegenheid hebben er zich in te werken. Verder vindt hij „de" natuurwetenschap ook een moeilijke gesprekspartner. Vele natuuronderzoekers zijn zich niet bewust van de achtergrond van de theorieën die zij gebruiken. Zij missen ook vaak de lust en de bekwaamheid om zich in principiële vragen in te werken. Dippel verwacht daarom niet veel van een gesprek van theologen met natuurkundigen en biologen zoals de Utrechtse Kring dat propageert. Hij stelt er iets anders tegenover: de oprichting van beroepsgemeenten van natuuronderzoekers-christenen. Dat wat de vijf physici uit Eindhoven verlangen, kan men volgens hem alleen verwachten van een gemeenschap van mensen die persoonlijk in de conflicten, de schijnconflicten en de daaruit voortkomende geestelijke en culturele nood staan, mensen die zowel christen als natuuronderzoeker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 323

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's