Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 154

3 minuten leestijd

J. BLOK

132

VRAGEN EN BiiANTWOORDING Dr Yersevéldt. 1. De referent heeft gezegd, dat in de curve van Milankovttch (Geloof en Wetenschap, jrg 49, p 59) de warme, z.g. Allerodoscillatie niet aangegeven is. Hiertegen merkt spreker op, dat die curve inderdaad een „warme top" vertoont, 10 000 jaar geleden, aangezien de curve van Milankovitch eindigt bij het jaar 1800 na C h r , ligt die top ongeveer 8000 jaar vóór Chr Het is moeilijk deze „warme top" op dejuiste plaats m het geologisch systeem te zetten. Men kan hem identificeren met het Boreaal (8000—6000 v. Chr ). Zeuner acht een samenvallen met de Allerod-oscillatie mogelijk (Dating the Past, 2e druk, 1949, p. 395), welke eveneens warme tijd iets vroeger viel, volgens Zeuner's tabel op p 84 omstreeks 9000 v. Chr. Beide warme fasen werden dus gescheiden door een betrekkelijk korte, koudere fase, de jongste Dryastijd 2 De uitkomsten van de ouderdombepalmgen van vondsten m holen m Frankrijk geven cijfers, die nogal variëren. Is het de refeient bekend, of bij dit onderzoek voldoende rekening gehouden is met de mogelijkheid, dat deze vondsten door mvloeden-van-buiten secundaire veranderingen kunnen hebben ondergaan wat betreft hun gehalte aan ^•^C, door infiltratie b v. van kalkhoudend water of humuszuren? Ook zonder deze infiltratie kunnen trouwens deze ouderdomsbepahngen wel verschillende waarden opleveren, omdat de Neandertaler m de grotten wellicht duizenden jaren geleefd heeft. 3- Bestaat de corpusculaire kosmische straling alleen uit protonen, of komen er ook neutronen in voor? Antwoord . 1. Het is misschien mogelijk om de bedoelde „warme top" te identificeren met het Boreaal. In dit geval moet er echter een andere „warme top" voor de AUerod-periode zijn. Het lijkt me moeilijk om dit uit de curve van Milankovitch af te lezen. De identificatie van de „warme top" met de Allerod-periode lijkt me weinig waarschijnlijk; m dit geval zoekt men op de curve van Milankovitch tevergeefs naar de laatste koude-periode die het 4e ijstijdperk afsluit. 2 Inderdaad moet men voor uitwisseling van de koolstof-atomen m het te dateren materiaal met die m de omgevende materie op zijn hoede zijn; echter bij verkoolde resten is de kans op deze uitwisseling vrij gering. Voor een exacte bepaling i echter steeds een serie metingen aan verschillende monsters gewenst. 3 De primaire kosmische straling zoals deze uit het heelal de aarde treft, bestaat uit protonen en andere kernen. Deze straling botst tegen de atoomkernen m de atmosfeer rond de aarde; bij deze reactie worden o a. neutronen vrij gemaakt (secondaire kosmische straling). Ir N. Verhoef : Inleiding. Met genoegen heb ik geconstateerd, dat deze wetenschappelijke meetmethode zulke aanvaardbare resultaten geeft Als de Zweedse geoloog De Geer op een vertrouwenwekkende manier uit de telling der „jaarringen" m de diluviale sedimenten besluit tot een tijdsverloop van 12 000—20 000 jaar smds de laatste ijstijd, dan ligt het nu door de " C metingen gevonden getal van ruim 10.000 prettig dicht bij de 12 000 van De Geer. Opmerking. Waar de betrouwbaarheid dezer " C berekeningen regelrecht afhankelijk is van de constant aangenomen intensiteit der kosmische straling, blijft dus een exacte basis ook hierbij met volledig gegarandeerd. Ik geloof nl. met m die constantheid, althans met voorzover het bepalingen betreft langer dan 5000 jaar geleden, omdat daar geen Ijkpunten meer worden aangetroffen uit de geschiedenis of uit de archaeologie. Wanneer langer dan 5000 jaar geleden die kosmische straling eens 2 X zo sterk zou zijn geweest, dan zou een extra halveringstijd van 5568 jaar bij elke ouderdomsbepalmg moeten worden toegevoegd. De juistheid

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 154

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's