1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 23
GELOOF EN WETENSCHAP OMSTREEKS 1900 EN NU
11
2e: Verder blijkt onze wereldbeschouwing uit de niet te overbruggen kloven tussen materie en leven enerzijds en tussen planten, dieren en mensen anderzijds. Dit noemt hij het beginsel der discontinuïteit in de verschijnselen, waarnaast 3e: het beginsel der teleologie in de natuur moet worden geplaatst. De doelwerking is door God Vastgelegd. Dit doel is de geestelijke, bepalende en heersende factor; de stof, de mechanisch werkende krachten en wetten zijn alleen de middelen, waardoor de doeleinden bereikt worden. Vanuit deze beginselen kiest hij dan natuurlijk tegen het mechanicisme en voor het vitalisme van Driesch in de biologie. (In latere vergaderingen wordt deze tegenstelling nog vaak besproken en blijkt dat tot ongeveer 1910 nooit eenstemmig vóór het vitalisme gekozen werd. Ondanks de welsprekende betogen van Rijk Kramer blijft een groep voor het mechanisme in de physiologie kiezen!). In positieve zin acht hij onderzoek nodig om te trachten na te gaan hoe de gemene gratie in het lichaam werkt, als zij de 'algemene praedispositie ten dode tegengaat, om daaruit te leren hoe wij deze werkwijze kunnen versterken bij ziekte ! Tegen de „psychologie zonder ziel", zoals men de experimentele psychologie wel noemde, moeten we wel protesteren, maar — betrekkelijke waarde toekennend aan haar resultaten — moet zij wel beoefend worden. Uit de discussie blijkt dat Bouman, hoewel de jongste van het gezelschap, dat voor het grootste gedeelte uit gestichtsartsen bestond, de meesten ver vooruit is. Het moeilijkste punt blijkt enerzijds, dat men geen onderscheid in methode tussen gelovige en ongelovige wetenschap wil aanvaarden, omdat men b.v. denkt aan de wijze van ausculteren. Bouman bedoelt hier blijkbaar, dat men noch eenzijdige deductie noch inductie alleen mag gebruiken. Anderzijds heerst er in de discussie verwarring over de wijze waarop wij kennis verkrijgen, of dit 'alleen door ervaring, of door a priori begrippen of door „afdrukken" van de werkelijkheid verkregen wordt. Uit deze gehele rede blijkt duidelijk hoe o.a. Bouman met dit probleem bezig was en in welke richting hij een oplossing wilde gaan zoeken. Veel minder helder, maar eigenlijk meer typerend voor moeilijkheden, waarmede men worstelde, zijn de bijdragen van Hermanides. Deze werden niet door een discussie gevolgd, zodat ik moeilijk kon nagaan in hoeverre ze representatief geacht moeten worden. Om zijn gedachten samenvattend weer te geven is welhaast niet mogelijk, daar hij blijkbaar zeer impulsief sprak en zijn redevoeringen vol
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's