1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 217
BESCHOUWING OVER KENNIS VAN DE SPIERCONTRACTIE
191
contractie vertoonden met A.T.P. Actine bleek zich te verbinden met myosine tot het zeer visceuse actomyosine. Wordt A.T.P. aan een actomyosine-oplossing toegevoegd, dan treedt een dramatische verandering op. Er vindt superpraeciptatie plaats en indien men het actomyosinegel de vorm van een draad heeft gegeven, contractie ! Voor het eerst had men in vitro een kunstmatige vezel gemaakt, die zich op dezelfde wijze liet contraheren als een spiervezel. Natuurlijk kwam al spoedig de nodige critiek binnen, want deze „kunstmatige spiervezel" contraheerde niet als een echte spier, uitsluitend in de richting van de lengte-as, doch ook in een richting loodrecht hierop. Dit bezwaar kon echter worden opgeheven door de vezel onder trek te laten drogen, bij welk proces de staafvormige eiwitmoleculen zich zouden richten volgens de lengte-as. Nu trad wel normale contractie op. Natuurlijk hebben we hier nog geen echte spiervezel nagebootst, want de dwarsgestreeptheid treedt niet op. Terwijl de A-band van een echte spiervezel ruim 20 7o actomyosine blijkt te bevatten, dus wel een zeer dichte, opeengepakte structuur vertoont, bevat onze kunstvezel 97 % water en dus slechts 3 % actomyosine. Dit neemt echter niet weg, dat we weer een stap dichter zijn gekomen bij de verklaring van het mechanisme van de spiercontractie. Teneinde dit mechanisme beter te kunnen begrijpen, zullen we eerst onze aandacht op de beide eiwitcomponenten myosine en actine moeten richten. Het moleculair gewicht van myosine, dat op verschillende wijzen bepaald is (ultracentrifuge, osmotische druk) bedraagt ongeveer 840.000. Volgens Mommaerts zijn het langgerekte moleculen rt 30 A dik en ± 1500 A lang. Met de electronenmicroscoop zijn ze nog juist niet zichtbaar te maken, doch het bleek uit deze opnamen, dat ze zich gemakkelijk verenigen tot langgerekte draden of naalden. In oplossingen van sterke zouten (bijv. 0,6 M KCl) lost myosine bij PH 6,5 — 7,0 gemakkelijk op. Gaan we zulk een oplossing verdvmnen, dan begint de vloeistof te opalesceren en vertoont in hoge mate de eigenschap van stromingsdubbelebreking. Bij verder verdunnen vormen zich microscopische naaldjes en als we nu nog verder gaan en de KCl concentratie is minder dan 0,001 M geworden, dan zwellen deze kristallen weer op onder vorming van een zeer visceuse oplossing met sterke stromingsdubbelebreking. De electronenmicroscoop vertoont nu een continu netwerk van zeer dunne draden. AI deze omzettingen blijken volkomen omkeerbaar te zijn. Het meest
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's