Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 256

2 minuten leestijd

226

J. P. VAN ROOIJEN

bevolking op de vruchtbare leeftijden als richtsnoer neemt. Omtrent de grenzen 15 en 49 kan men uiteraard van mening verschillen en inderdaad ontbreekt te dien opzichte een bindende afspraak, zodat men bij de bestudering van vruchtbaarheidsrijfers nauwkeurig op de keuze van het leeftijdsinterval dient te letten. Ook op deze fertiliteitsindex kan men gegronde critiek uitbrengen. Vooreerst immers zou men met betrekking tot het geboorteproces de ongehuwde vrouwen vrijwel moeten uitschakelen, en in de tweede plaats is het onloochenbaar, dat de vruchtbaarheid in sterke mate van de leeftijd afhankelijk is. Indien fertiliteitsindexen dan ook voor vergelijkingsdoeleinden worden gebezigd, moet men zeer omzichtig te werk gaan. Overigens acht men de genoemde bezwaren weer niet zo groot, dat een bepaalde geneigdheid zou bestaan om de fertihteit met een andere index te meten; integendeel, de bovenstaande breuk — zij het dan met een zekere willekeur ten aanzien van de grensleeftijden — wordt door de demografen veelvuldig gehanteerd. Ook het in eerste instantie genoteerde primitieve geboortecijfer heeft trouwens een uitgebreide toepassing gevonden, hetgeen aanstonds nader zal worden gemotiveerd. Evenals voor de geboorte geldt ook voor de sterfte, dat men niet kan volstaan met een eenvoudige telling van de overlijdensgevallen. Hoe belangrijk zulke absolute cijfers ook zijn, in de demografische praktijk heeft men voornamelijk behoefte aan een relatieve grootheid, waartoe men veelszins gebruik maakt van de volgende breuk : aantal sterfgevallen in het betreffende kalenderjaar ^ -^-^'i;. .~T—X gemiddeld aantal inwoners

1000

zodat men voor de mortaliteit het aantal overledenen per 1000 der gemiddelde bevolking als maatstaf neemt. Deze breuk voldoet aan de eis, dat de noemerelementen allen tot het tellertotaal bijdragen. Intussen geschiedt zulks allerminst gelijkmatig, want juist de sterfte is in hoge mate van de leeftijd aanhankelijk Is een bevolking dus jong in die zin, dat de hogere leeftijdsklassen zwak bezet zijn, dan is een laag sterftecijfer waarlijk geen opmerkelijke bijzonderheid. En op een sterk verouderde bevolking mag men uit hoofde van een hoog sterftecijfer geenszins het stempel van minderwaardigheid drukken. Met betrekking tot het sterftecijfer speelt de leeftijdsopbouw van een bevolking derhalve een beslissende rol en het is goed, dat hierop

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 256

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's