1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 216
190
H. K. OOSTERIIUIS
ontleding van het A.T.P. Wanneer we een spier, waaruit door uitwassen met een mengsel van 50 % glycerol en water by 0 C. de zouten verwijderd zijn, brengen in een spierextract, dan vindt een ogenblikkelijke contractie plaats, tot 1/3 van zijn oorspronkelijke lengte. De krachten, die hierbij optreden, kunnen gemeten worden en deze bleken even groot te zijn als dezelfde spier in vivo kan ontwikkelen. Ongetwijfeld wordt hier dus hetzelfde mechanisme in werking gesteld als bij de normale spiercontractie. De eerste vraag, die zich nu voordoet is : welke componenten zijn het, die voor deze contractie verantwoordelijk zijn? Dit bleken te zijn K en Mg ionen en A.T.P., waarbij K eventueel door Na vervangen kan worden. M.a.w. spiercontractie wordt veroorzaakt door een reactie tussen de spierstructuur, A.T.P. en anorganische ionen. Gaan we nu de uitgewassen spier, waaraan we wat water toevoegen, destrueren met behulp van een Waring Blender, waardoor we een pulp verkrijgen, dan hebben we chemisch gesproken nog hetzelfde systeem, alleen is de hogere architectuur vernietigd en het geheel tot een suspensie teruggebracht. Door toevoegen van 0,1 M KCl, vormt zich heel langzaam een volumineus, vlokkig praecipitaat. Voegen we A.T.P. toe, dan treedt een heftige reactie op, maar inplaats van contractie vormt zich onmiddellijk een compact neerslag, dat snel bezinkt. Ter onderscheiding van de langzame praecipitatie door zouten, noemt men dit laatste proces wel superpraecipitatie. Szent-Györgyi noemt zeer kernachtig superpraecipitatie een contractie zonder architectuur. A.T.P. is dus wel de hoofdsubstantie die de spiercontractie tot stand brengt en heeft derhalve minstens twee functies, het soepel houden van de spier door oplossen van het myosine en het superpraecipiteren van de spiereiwitten onder invloed van de zenuwprikkel. Reeds in 1869 isoleerde Kühne een eiwit uit spieren, dat hij myosine doopte. Hij verkreeg dit door extractie met verdunde zoutoplossingen. Weber slaagde in 1934 er in myosine-draden te verkrijgen, door een zoutoplossing van dit eiwit via een kleine opening in water uit te spuiten, waardoor de zout-concentratie daalde en liet eiwit coaguleerde. Op deze wijze konden vezels verkregen worden die uiterlijk veel weg hadden van spicrvezels, maar zich toch anders gedroegen, want toevoegen van A.T.P. veroorzaakte geen contractie, doch juist oplossen van het myosine. Szent-Györgyi en medewerkers isoleerden in 1942 een ander eiwit uit spieren, dat ze actine noemden. Ook actine liet zich tot draden trekken, die eveneens geen spoor van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's