1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 49
DE BETEKENIS DER PSYCHOSOMATISCHE GENEESKUNDE
35
De psychosomatici, die met de grote getallen en statistieken werken, menen te goeder trouw hun werk geheel in den geest der natuurwetenschap en daarom, goed te doen. Zij trachten ook zoveel mogelijk vast te houden aan de natuurwetenschappelijke beschouwing en plaatsen daarin naast de uitwendige, physische, chemische en infectieuze ziekteoorzaken nu ook de inwendige, emotionele als ongeveer van dezelfde orde. In dit opzicht werkt het echter verhelderend, wanneer Von Weiszacker pleit voor een onderscheid tussen een natuurwetenschappelijke en een anthropologische psychosomatische geneeskunde, en dan uit volle overtuiging alleen in die laatste vorm de kracht tot een reformatie van het geneeskundig denken zoekt. Wanneer de betekenis der psychosomatische geneeskunde in zulk een reformatorisch ferment zal zijn gelegen, dan hangt er alles af van de richting, waarin zij zich verder zal ontwikkelen. Ook zij bevindt zich min of meer reeds weer op een tweesprong. Haar verschijning betekende een afwijzing van een eenzijdig natuurwetenschappelijke ziektebeschouwing. De vraag is, of zij thans zal blijven steken in en soort psychobiologie, die vóór alles op zoek is naar regelmatig terugkerende determinanten, dan wel den mens als subject in zijn volle menselijkheid in de geneeskunde zal aanvaarden. Men heeft in dit verband gevraagd om een wetenschappelijke humanisering van de biologie (Romano) 9), maar dan is daarbij beslissend, hoe men den mens ziet en waardeert, onderworpen aan den onontkoombaren dwang van natuurwet, toeval en noodlot, dan wel geroepen tot vrijheid en verantwoordelijkheid, en bestemd voor een hogeren vorm van leven. In de ziekte spreekt de mens zelf mede, niet alleen in het lichamelijk symbool en de soms bijna onverstaanbare orgaanspraak, maar ook als volwaardige bewuste persoonlijkheid. En deze vox humana geeft aan de geneeskunde eerst recht haar diepen en vollen klank. De mens beleeft zijn ziekte als mens. Een ziekte, die in zijn leven komt, kan hij beschouwen als iets, dat hem op het lijf geworpen wordt, hem „bij geval", accidenteel toekomt als een onbegrepen lotsbeschikking. Hij kan de ziekte innerlijk afwijzen, zich niet willen onderwerpen aan de physieke consequenties van zijn lijden. Dat het lichaam zijn dienst weigert, komt hem voor als een ongehoorde rebellie. Nu begrijpt hij op eens beter, dat Plato het lichaam den kerker der ziel kon noemen, want nu vormt het de begrenzing van zijn menselijk kunnen, een barricade, die hij niet overschrijdt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's