Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 288

2 minuten leestijd

OVERHEID EN ZIEKENFONDS door A. C. DROGENDIJK

Wanneer men bedenkt, dat een zeer groot gedeelte van ons volk het risico van de kosten der geneeskundige verzorging niet zelf kan dragen en daarom op een ziekenfonds is aangewezen, baart het geen verwondering, dat reeds gedurende tientallen jaren aan een wettelijke regeling van het ziekenfondswezen behoefte is gevoeld. Hoeveel tegenstellingen er ook mogen zijn tussen de belanghebbende partijen in dezen, met het idee van een wettelijke regeling van het ziekenfondswezen gaan allen accoord. Eén van de eerste vragen nu hierbij is, wat eigenlijk de rechtsgrond vormt voor een dergelijke regeling. In de Memorie van Toelichting op het nieuwe ontwerp Ziekenfondswet van September 1951 betoogt de wetgever, dat de rechtsgrond voor deze tak van volksgezondheid wortelt in het recht van ieder mens op gezondheid, daarbij aanhalend uit de inleiding tot de statuten van de „World Health Organisation" de bekende woorden: „Het genot van de hoogst bereikbare gezondheidstoestand is één van de fundamentele rechten van elk menselijk wezen zonder onderscheid van ras, godsdienst, politieke overtuiging, economische of maatschappelijke toestand". Het behoeft niet veel betoog, dat deze stelling door ons Christenen, hetzij Rooms-Katholiek, hetzij Protestant, niet kan worden onderschreven. Als de mens in het paradijs het proefgebod had gehouden, dan alleen zou hij recht gekregen hebben op gezondheid. Maar helaas, de mens is gevallen en daarmede verviel ook zijn recht op gezondheid. Thans is het geen recht meer, maar een gunst, wanneer de mens gezond is en past slechts dank aan Hem, die ons deze gunst in Zijn genade verleent. Dit wil echter geenszins zeggen, dat de mens in en onder dit alles volkomen lijdelijk moet zijn. Hij heeft wel geen recht op gezondheid, maar dit sluit niet uit de plicht, om de gezondheid, welke hij geniet, zoveel als in zijn vermogen is te behouden en te bevorderen, alsook de plicht om bij ziekte te trachten met alle geoorloofde middelen de gezondheid te herkrijgen De/e plicht om voor de gezondheid te zorgen berust echter niet op een recht op gezondheid, maar vindt zijn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 288

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's