Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 260

2 minuten leestijd

230

J. P. VAN ROOIJEN

en gedurende de laatste halve eeuw wel is waar onregelmatig verloopt, doch niettemin op een hoog niveau blijft staan. Alvorens deze tabel nu nader de analyseren, mag de opmerking niet achterwege worden gelaten, dat een dalend geboorte- en een eveneens dalend sterftecijfer allerminst betekenen, dat ook de aantallen geborenen en overledenen afnemen. Integendeel. Vergelijken we eens de beide tijdvakken 1840—49 en 1934—38; de gemiddelde bevolking bedroeg in deze perioden resp. 2,96 millioen en 8,52 millioen. In het eerstgenoemde tijdvak telde men dus gemiddeld per jaar 33,5 X 2960 = omstreeks 99.000 geborenen en 26,6 X 2960 = omstreeks 79.000 overledenen zodat het jaarlijks accres gemiddeld 20.000 individuen beliep. Daarentegen telde men in het laatstgenoemde tijdvak gemiddeld per jaar 20,3 X 8520 = omstreeks 173.000 geborenen en 8,7 X 8520 = omstreeks 74.000 overledenen zodat het jaarlijks accres gemiddeld 99.000 individuen beliep. Uit dit voorbeeld blijkt wel zeer duidelijk, dat een dalend geboortecijfer, gepaard met een nog sneller teruglopend sterftecijfer, tot een absoluut accres kan leiden, hetwelk crescendo stijgt. De alles beheersende vraag is echter, wat men ten aanzien van de geboorte- en sterftecijfers in de toekomst heeft te verwachten. Omtrent de geboorte is op te merken, dat het dieptepunt ad 20,3 het gemiddelde voor de periode 1934—38 betrof; daarna is er een merkwaardige omkering tijdens en vooral kort na de tweede wereldoorlog, doch het valt niet te ontkennen, dat 1951 en 1952 al weer dicht tot het laagste niveau naderen. De tekenen wijzen er op, dat het geboortecijfer verder zal dalen, waarbij wij uiteraard moeilijk kunnen voorspellen, hoe dit proces zich precies zal voltrekken. Overigens is het vraagstuk van de geboortelijn zo buitengewoon belangrijk voor de bevolkingsdiagnose, dat wij daarop later terug moeten komen. Veel eenvoudiger is de situatie met betrekking tot het sterftecijfer. De tabel met sterftepercentages op pag. 228 laat duidelijk zien, dat de jonge en middelbare leeftijden in hoofdzaak van de daling hebben geprofiteerd, zodat deze klassen in veel belangrijker mate dan de hogere leeftijdsgroepen geconserveerd werden. Voegt men nu hierbij een van jaar tot jaar groeiend aantal geborenen, dan beseft men aanstonds, dat onze bevolking zeer jeugdig kon blijven. Naarmate echter de decennia verstrijken, gaan de geconserveerde jonge en vooral de middelbare leeftijdsklassen in de oudere groepen over en aldus zet onherroepelijk een proces van veroudering in. Zo-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 260

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's