1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 86
68
J. LEVER
Op zijn 16e jaar werd hij door zijn vader van de middelbare school genomen en naar de Universiteit van Edinburgh gezonden, met de bedoeling medicijnen te studeren. Hoewel aanvankelijk van goeden wille, zag hij toch reeds na korte tijd in dat hij het wel nimmer tot practiserend geneesheer zou brengen. Daar kwam nog bij dat, zoals hij later bekende 3), hij reeds spoedig aan vele kleinigheden merkte dat zijn vader hem naderhand wel zoveel aardse goederen zou nalaten, dat hij nimmer voor zijn brood zou behoeven te werken. Idealer studeren is nauwelijks denkbaar! En Darwin begon zich dan ook onbekommerd te ontwikkelen in de richting waarin hij naderhand zijn sporen zou verdienen. Hij zocht contact met jonge natuuronderzoekers, vergezelde hen op hun excursies en deed na korte tijd ook zelfstandig enkele onderzoekingen 4). In zijn tweede jaar volgde hij in verband hiermee enkele colleges in geologie en zoölogie. Dit werd echter een teleurstelling voor hem, want hij vond hen ,.incredibly dull" 5). En spoedig bracht hij zijn tijd dan ook grotendeels slechts door met schieten, wandelen en paardrijden. Na twee jaren begreep zijn vader dat hij van zijn zoon Charles niet kon verwachten, dat deze hem ooit in de practijk zou opvolgen en stelde voor dat hij geestelijke werd. „I asked for some time to consider" — schrijft Darwin — „as from what little I had heard or thought on the subject I had scruples about declaring my belief in all the dogmas of the Church of England; though otherwise I liked the thought of being a country clergyman" G). Hij bestudeerde dus enkele boeken over deze kwestie en daar hij toentertijd nog ieder woord van de Bijbel letterlijk als waarheid accepteerde, kwam hij spoedig tot de overtuiging dat de Geloofsbelijdenis volledig aanvaard moest worden. Zo vertrok hij in 1828 naar Cambridge als theologisch student. Hier ging het echter al spoedig net als in Edinburgh. Hij volgde enkele botanische colleges, maar zijn hoofdbezigheden waren jagen, verzamelen van kevers, sport en feestelijkheden. Een B.A.-graad in theologie is dan ook de enige universitaire graad welke hij op normale wijze heeft verkregen, en wel in 1831 ''). Zelfs de theologen onder ons hadden vermoedelijk de naam van hun vakgenoot Darwin nooit gehoord, ware het niet dat hij in deze jaren kennis maakte met de hoogleraar in de botanie J. S. Henslow (1796—1861). Deze was een veelzijdig geleerde, welke een grote invloed op de ontwikkeling van Darwin als man van wetenschap heeft
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's