1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 57
DE ONTWIKKELING VAN EINSTEIN'S EPISTEMOLOGIE
43
Hij kwam geheel onder invloed van M a c h s kennistheoretische opvattingen. Zo erkende hij een theorie pas als natuiurkundig juist, als zij slechts concepties bevat, die door directe waarneming geverifieerd kunnen worden of althans slechts door een korte gedachtenreeks met rechtstreekse waarnemingen verbonden zijn. Ieder element van de theorie moet verifieerbaar zijn. Aan iedere overgang in de theorie moet een, althans in principe, waarneembaar effect verbonden zijn. M a c h had enige hoofdstukken van de natuurkunde aan deze maatstaven getoetst en hierdoor zwakke steeën in gangbare theorieën ontdekt. Zo kwam hij bij de klassieke mechanica tot een scherpe critiek op N e w t o n s concepties van absolute ruimte, absolute tijd en absolute beweging. Immers deze concepties waren niet verifieerbajO". N e w t o n had deze absolute begrippen ingevoerd n.a.v. de verschijnselen bij de niet-eenparige beweging. Als voorbeeld nemen wij de rotatie van een draaimolen. Als men deze uitsluitend kinematisch, naar de verandering van plaats, beziet, kan men niet uitmaken of de molen draait en de rest van het heelal in rust is, dan wel de molen stilstaat en de rest in tegengestelde richting roteert. Dus kinematisch is de rotatie een relatief begrip. Dynamisch is er echter wel verschil; Als de molen draait, krijgen de voorwerpen erbinnen de centrifugale versnelling; als het heelal draait, heerst in de molen geen centrifugale kracht. Daaruit concludeerde N e w t o n : Het heeft zin van een absolute rotatie te spreken, d.w.z. van rotatie t.o.v. de overigens lege ruimte. In plaats van over lege ruimte spreekt N e w t o n over absolute ruimte. M a c h vindt deze conclusie van N e w t o n willekeurig, niet dwingend. Begrippen als absolute ruimte en absolute beweging zijn niet verifieerbaar, dus mogen zij in een natuurkundige theorie niet voorkomen. In een lege ruimte is het zinloos van een beweging te spreken. Pas als er materiële voorwerpen zijn, ten opzichte waarvan een waarnemer in de draaimolen zich kan oriënteren, heeft het zin over de rotatie van de molen te spreken. Maar dan kan men de centrifugale kracht in de molen even goed beschouwen als een aantrekkende kracht, die de massa's buiten de molen op de voorwerpen in de molen uitoefenen, omdat zij een relatieve rotatie t.o.v. elkaar hebben. De centrifugale kracht is dan een soort van gravitatiekracht, die afhangt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's