Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 214

2 minuten leestijd

188

H. K. OOSTERHUIS

proefdier nog enkele andere gunstige eigenschappen bezit, willen we onze aandacht beperken tot de Musculus Psoas van het konijn. De spiervezels, welke we hiervan af kunnen halen, zijn ongeveer 1/20 mm in doorsnede en lopen van het ene eind naar het andere. In wezen hebben we hier te doen met een hoeveelheid half vast, contraheerbaar materiaal, omgeven door een uiterst dunne huid, het sarcolemma. Onder de electronenmicroscoop doet dit sarcolemma zich voor als een structuurloze membraan, die de impuls, afkomstig van het zenuwuiteinde, overdraagt en tevens fungeert als scheidingswand tussen het inwendige van de spiervezel en zijn omgeving. Onder de microscoop is een duidelijke dwarsgestreeptheid waar te nemen en in de lichtere gedeelten vindt men uiterst dunne membraantjes, die telkens 0,002 mm van elkaar liggen en de 1/20 mm dikke spiervezel als het ware in platte schijven verdelen, 25 maal zo breed als hoog. Het geheel doet aan een rolletje muntstukken denken, waarbij men de schijfvormige ruimten aanduidt als sarcomeren en de membranen als Z-membranen. De functie van deze Z-membranen is nog onbekend, doch waarschijnlijk doen ze dienst om het geheel de nodige stabiliteit te verlenen, gezien de nogal stevige substantie waaruit ze zijn opgebouwd, terwijl het ook niet onwaarschijnlijk is, dat ze een rol spelen bij het overbrengen van de zenuwimpuls, via het sarcolemma op de contraheerbare substantie van de spier. Bij nauwkeuriger beschouwen, blijkt in het midden van de sarcomeer nog een uiterst dun vliesje, de M-membraan aanwezig te zijn. De omgeving van de Z-membranen vertoont zich licht onder de microscoop, blijkt isotroop en wordt daarom de I-band genaamd, terwijl het gedeelte om de M-membranen veel donkerder ziet, aldus aanleiding gevend tot de dwarsgestreeptheid en in verband met zijn anisotropic, A-band of ook wel Q-band heet. Na verwijderen van het sarcolemma, laat de spiervezel zich in zijn lengterichting evenwijdig met de lengte-as verdelen in uiterst dunne draden, door de morphologen „fibrillen" genaamd. Deze fibrillen vertonen een hexagonale rangschikking. Het is echter waarschijnlijk, dat we hier met artefacten te doen hebben, m.a.w. in vivo komen deze fibrillen niet voor, doch ze ontstaan tengevolge van de mechanische beschadiging van het levend materiaal. De homogene, contraheerbare substantie trekt zich daarbij samen, waardoor evenwijdig met de lengte-as, splijtvlakken optreden, die onderling hoeken van 120 vormen, waardoor de „fibrillen" ontstaan. Wordt spierweefsel aan een zeer ruwe

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 214

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's