Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 93

2 minuten leestijd

CHARLES ROBERT DARWIN

75

met de mogelijkheden van vormverandering, werkte complete series tijdschriften door, en noteerde alles wat hem te pas kwam. Binnen enkele maanden stond het voor hem vast, dat de soorten niet constant waren en kwam hij tevens een mechanisme op het spoor. Hij realiseerde zich n.l. dat het succes van de mens bij het kweken van sterk verschillende rassen van planten en dieren veroorzaakt werd door het toepassen van een consequent doorgevoerde selectie op bepaalde eigenschappen. Selectie was dus het mechanisme der verandering. Maar werkt in de natuur ook een selectie, en hoe? Dat was voor hem het grote probleem. In de natuur beheerst geen doelbevsoist denkend mens de processen. Dan doet hij echter zijn grote ontdekking. Vijftien maanden nadat hij met zijn studie was begonnen, n.l. in October 1838, las hij toevallig het boek van de oeconoom T. R. Malthus (1766-1834) „Essay on Population" (1798). Deze verdedigde hierin de stelling, dat de toeneming van een mensenpopulatie gelimiteerd wordt door de beschikbare voedselhoeveelheid; dat er dus overal een strijd om het voedsel plaats heeft. Toen Darwin dit las, zag hij, dat hij hier de oplossing van het probleem in handen had. Bij planten en dieren treedt veelal ook een geweldige overproductie van nageslacht op, welke gedecimeerd wordt door de uitwendige omstandigheden, door de beperkte hoeveelheid voedsel, door koude en hitte, droogte en vochtigheid, vijanden en ziekten. Wanneer men dan tevens ziet dat geen twee individuen van één soort precies hetzelfde zijn, dat zij dus in kleinigheden variëren, dan lag, zoals Darwin dadelijk zag, de conclusie voor de hand, dat onder deze omstandigheden gunstige variaties behouden blijven, terwijl ongunstige variaties vernietigd worden. De „natural selection" tijdens de „struggle for life" had dus tot gevolg de „survival of the fittest". Dit betekende bij langdurige herhaling der selectie de vorming van nieuwe soorten. Deze soortverandering gaat natuurlijk vrij langzaam, maar wanneer hij bedacht dat de natuur onvoorstelbaar lange tijdsperioden ter beschikking hebben gestaan, dan betekende dit voor Darwin, dat vrijwel iedere verandering mogelijk is en dat dus niet alleen de betrekkelijk geringe verschillen tussen verwante soorten en geslachten door de „natural selection" verklaard kunnen worden, maar ook het ontstaan van de hogere groepen van dieren uit enkele of één oervorm, waarin door de Schepper de adem des levens is geblazen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 93

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's