1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 272
242
J. P. VAN ROOIJEN
sloten moet worden geacht. Het stellen van een prognose gevoelt de statisticus altoos als een netelige zaak, doch meer dan ooit ten aanzien van het geboorteproces, waar het menselijk willen zulk een dominerende rol vervult. Hoe dit echter zij, een blote ontkenning van de bovenbedoelde teruggang van de nataliteit hier te lande, bij voorbeeld op grond van de overweging, dat het geboortecijfer op dit moment nog circa 22 beloopt, is niet gemotiveerd; laten wij niet uit het oog verliezen, dat nog voor de jongste oorlog een dieptepimt van minder dan 20 werd waargenomen. Verreweg de meeste demografen zijn van oordeel, dat ook de nataliteit in Nederland nog een drastische daling zal ondergaan, waarbij het uiteraard twijfelachtig blijft, of een speciaal minimum tot de mogelijkheden behoort. Edoch, al zou ook Nederland evenals de andere West-Eurojoese staten op weg zijn naar een maximale bevolkingsgrootte, dan moet men zich toch ernstig afvragen, of het groeiproces zonder spanningen zal kunnen verlopen. Te dien opzichte geven de vooruitzichten stellig veel stof tot nadenken. Juist de vertraging van vele decennia, waarmede ons land de situatie onder de naburige rijken volgt, moet er toe leiden, dat onze bevolking voorlopig nog in een snel tempo zal groeien. Rekening houdende met een niet onbelangrijke daling van het geboortecijfer, met een geringe sterfte en met een wel matige, doch overigens niet te verwaarlozen emigratie, heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek als resultaat van uitvoerige berekeningen de verwachting uitgesproken, dat Nederland in 1980 omstreeks 13 millioen zielen zal tellen, terwijl alsdan een maximum geenszins is bereikt '''), En nu kan geen mens met enig gezag beweren, dat Nederland met een inwonertal van zoveel millioen de grens van overbevolking overschrijdt; wij weten immers nagenoeg niets omtrent de economische mogelijkheden op langere termijn, terwijl eenstemmigheid nopens het vereiste welvaartspeil een illusie is. Nochtans stemt een bevolkingscijfer van 13 millioen in 1980 en van misschien 15 millioen omstreeks 2000 tot nadenken en men vraagt zich onwillekeurig af, of een afwachtende houding zonder meer verantwoord kan worden genoemd. Naast de groei speelt ook de voortgaande veroudering van onze bevolking een voorname rol. Men mag veilig aannemen, dat alle volken tot op het moment, dat de sterftedaling zich begon te voltrekken, door een pyramidale leeftijdsopbouw werden gekenmerkt; waarschijnlijk zullen de opgaande zijden nog wel een kromming naar binnen hebben vertoond. Tegelijk met het terugdringen van de sterfte
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's