1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 316
282
W. J. A. SCHOUTEN
door Robert Clark, de man die ook het tijdschrift Science and Religion uitgaf, maar dit enige tijd geleden wegens een oogziekte moest opgeven. Clark zegt, dat hij in zijn boek aspecten van het heelal zal bespreken en principes die er in werken, die de materialistische natuurfilosofen gewoonlijk over het hoofd zien. De mensheid snakt naar een wereldbeschouwing waarin de wereld waarin we leven, zin, betekenis krijgt. Hij wil trachten die te geven en dan tevens nagaan, of daardoor de oude strijd tussen religie en natuurwetenschap niet beslecht kan worden. Voor de oprecht gelovige, zegt Clark, kan deze zaak onbelangrijk schijnen. Hij leeft uit het geloof dat hij bezit en de natuurwetenschap kan dat noch versterken noch verzwakken. We moeten echter niet vergeten, zo laat hij er op volgen, dat vele mensen gedoemd zijn om als twijfelende Thomassen te leven. Voor hen is een dergelijk onderzoek zeer belangrijk. Met klem verdedigt Clark de opvatting, dat de waarneming, dat de entropie naar een maximum streeft, een krachtig argument is voor de schepping. Hij wijst er op, dat het denkbeeld, dat het heelal bij toeval is ontstaan en ook bij toeval „zichzelf opwindt", zinloos is. Daarnaast voert hij andere argumenten voor de schepping aan, die de astronomie en de geologie aan het licht hebben gebracht: de waterstofvoorraad van de sterren die nog niet uitgeput is, de bewegingen van sterrenclusters en dubbelsterren waarbij nog geen aequipartitie van energie tot stand is gekomen, het bestaan van radioactieve elementen die nog niet gedesintegreerd zijn; en de ouderdom van de gesteenten der aardkorst. Clark zegt, dat de ouderdom van het heelal tussen 1 en 10 milliard jaar moet liggen, waarbij tijden tussen 2 en 3 milliard jaar het waarschijnlijkst zijn. Hij wijst er op, dat deze schepping zo belangrijk is, omdat vrijwel iedere gebeurtenis in de tegenwoordige physische wereld er op uit is om ongedaan te maken wat toen gebeurd is. Uitvoerig behandelt Clark in zijn boek het doel, de doelmatigheid, de planmatigheid die we zowel in de organische als in de anorganische natuur aantreffen. Het is nu maar de vraag, of men uit het waargenomen doel mag concluderen tot een God die dit doel in de schepping heeft gelegd. Clark meent, dat dit inderdaad het geval is. Fel bestrijdt hij alle argumenten die tegen deze natuurlijke theologie worden aangevoerd. Hij wijst er o.a. op, dat dezelfde argumenten gebruikt zouden kunnen worden om het bestaan van electronen en andere resultaten van de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's