1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 65
DE ONTWIKKELING VAN EINSTEIN'S EPISTEMOLOGIE
51
begrijpbaar is voor het verstand. Zonder deze religie is de wetenschap lam, terwijl religie zonder wetenschap blind is. Dergelijke uitingen wijzen op een verandering, die bij E i n s t e i n heeft plaatsgevonden, want in zijn autobiographic schrijft hij, dat hij in zijn jeugd een vrij fanatieke vrijdenker geweest is. B o r n en S o m m e r f e l d vertellen in hun artikelen van enige gevallen, waarin E. de naam van G o d gebruikt. Vaak, als een nieuwe theorie aan hem willekeurig of geforceerd toescheen, zeide hij: „ G o d handelt niet op deze wijze". Men moet oppassen in dergelijke uitingen te veel te leggen. E i n s t e i n heeft zichzelf eens als volgt uitgelaten : Ik geloof in de God van Spinoza, die zich openbaart in de harmonie van al het bestaande, maar niet in een G o d , die zich met het lot en de daden van mensen bezig houdt. Deze cosmische religie betekent dus een soort pantheïsme, waardoor E i n s t e i n voor zichzelf een geestelijke eenheid verworven heeft: zijn vast geloof in de realiteit van de wereld en in de logische begrijpbaarheid er van. Hij wil vooral niet een persoonlijke G o d belijden, die aan mensen troost en leiding geeft. De natuurwetenschappen leren ons hoe G o d de wereld doet lopen, daarom is iedere natuurwetenschappelijke vooruitgang een vooruitgang in onze kennis van G o d s regering. E i n s t e i n is een figuur, die vaak verkeerd beoordeeld wordt. Sommigen zien in hem een profeet van het relativisme, omdat de woorden relativiteitstheorie en relativisme zoveel lettergrepen gemeen hebben. De relativiteitstheorie is echter als een natuurkundige theorie te beoordelen; zij heeft generlei consequenties voor het gebied van ethiek en moraal. Men doet deze grote figuur ook onrecht, als men hem uitsluitend beoordeelt naar de epistemologische opvattingen van zijn jeugdjaren. Wij moeten oog hebben voor zijn ontwikkeling, die men als volgt kan samenvatten: Van positivisme en empirisme tot realisme en rationalisme, en van vrijdenker tot pantheïst Bovenstaande voordracht is gehouden op het Congres van de Christelijke Vereniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland, 2 Nov. 1951. Bij de voorbereiding heb ik de volgende literatuur gebruikt, nr 8 alleen in citaat. 1. P. A. Schilpp: Albert Einstein — Philosopher-Scientist. Vol. VII of the Library of Living Philosophers. 1949. 2. A. Einstein: Physics and Reality, Journal Franklin Institute. Vol. 221, No. 3, March 1936.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's