1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 47
DE BETEKENIS DER PSYCHOSOMATISCHE GENEESKUNDE
3S
punt der persoon. Op het terrein der eigenlijke psychosomatische geneeskunde liggen de verhoudingen anders. Hier komen de patiënten niet met verschijnselen van verlamming of opgeheven pijngevoel, maar met klachten over hoofdpijn, duizeligheid, vermoeidheid, hartkloppingen, maagen darmstoringen. Hier ligt de functiestoornis in het gebied van het vegetatieve zenuwstelsel, en gaat het om normale begeleidende verschijnselen van de emotie, die er na blijven aanhouden, versterkt en verlengd worden tot pathologische hevigheid en zo tot ziekteverschijnselen worden. Simplistisch gezegd: de maag bloost zo hevig, dat een bloeding optreedt; de woede drijft den bloeddruk zo hoog op bij een sclerotisch vaatstelsel, dat een beroerte volgt. De diarrhee, bij angst tot op zekere hoogte nog normaal, houdt aan en keert telkens terug, en wekt het vermoeden op een darmlijden. En wellicht kunnen zo ook organische ziekten zich uiteindelijk ontwikkelen, waarbij het oorspronkelijk verband met de emotie is verbleekt. De meeste functionele ziekten zijn dus niet als een zinvolle conversie op te vatten. De orgaanneurose is geen hysterie. De orgaanspraak drukt niet een aandoening èn haar afwijzing symbohsch uit, maar is rechtstreeks, niet via een menskundige zingeving, uiting der aandoening. Geven nu bepaalde aandoeningen en gevoelstoestanden aanleiding tot bepaalde psychosomatische ziektebeelden? Ziedaar de tweede grondvraag der psychosomatische geneeskunde, die der psychosomatische specificiteit. Zij is nog lang niet opgelost, en wordt lang niet eenstemmig beantwoord. Het staat natuurlijk vast, dat bepaalde aandoeningen zich bij voorkeur in bepaalde functieveranderingen uiten: men lacht van vreugde en weent van smart. Zo bemvloeden angst en schrik dikwijls opvallend de werking van het hart, hetgeen echter niet wil zeggen, dat bij anderen niet eerder de darm- of blaasfunctie wordt beïnvloed. Terwijl men aanvankelijk aan de emotionele spanning in het algemeen een invloed op het organisch gebeuren toeschreef, vraagt men zich thans dus af, of bepaalde ziekte\'erschijnselen niet met specifieke emoties en conflictsituaties, een bepaalde constitutie en levensloop, gelieerd zijn. Het onderzoek naar zulk een psychosomatische specificiteit stuit zeker op grote moeilijkheden. Men dient dan reeksen lijders somatisch en psychologisch te onderzoeken, daarbij de biographic aan de pathographie te paren, en daarna de resultaten statistisch te ver-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's