1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 50
36
G. A. LINDEBOOM
In het ziek-zijn ontwikkelt zich een gesprek tussen den lijder en zijn kwaal. „Disease is a dispute between the patient and his illness". Hij kan haar afwijzen, zich verzetten, om zich ten slotte verbitterd toch te moeten onderwerpen, als mens kan hij haar ook aanvaarden. Het is dus niet alleen zo, dat zowel de psychosomatisch getinte ziekte als ook die met een bijna zuiver lichamelijk patroon dikwijls een reactie van de persoon is op een actuele conflictsituatie en samenhangt met zijn bijzondere levensproblemen, maar bovendien zo, dat de lijder altoos op zijn organische ziekte met zijn gehele persoonlijkheid reageert. In zijn ziekte brengt hij, bewust of niet, zijn innerlijkheid tot uitdrukking. De ziekte is niet maar een accidentele storing, maar ook zelfexpressie. Het volledige beeld van den zieke in zijn ziekte staat in enigerlei wijze in min of meer rechtstreeks verband tot zijn persoonlijkheid, zijn wijze-van-zijn. Ziekte is een wijze-van-mens-zijn, stelt Von Weiszacker, en hij biedt daarmede wel is waar geen omvattende omschrijving, maar geeft toch aan het ziektebegrip een anthropologisch voorteken. Ziek-zijn is een existentiële belevenis. En zo kan het soms zijn, dat de zieke méér weet van zijn ziekte, dan de dokter. Die kent misschien de bacillen, al of niet penicillineresistent, die zijn lichaam teisteren, maar wat er eigenlijk als mens met hem gebeurt, daar heeft de dokter, die alleen iets weet van de pathologische processen in het lichaam, soms geen notie van. De zin der ziekte te erkennen, waarin smart tot boete wordt, pathos tot ethos, en lijden tot katharsis, kan alleen de mens op het hoogste niveau. Op dit plan den zieke te benaderen en te ontmoeten is niet gegeven aan den arts met een puur biologische beschouwing van den mens; die hem ziet als het voorlopige eindstadium ener spontane ontwikkeling, die bij het oerslijm der oceanen begon, en het ik-bewustzijn natuumoodwendig ontstaan acht op een knooppunt van een zeker aantal physico-chemische reacties. Dan moet men hem kennen als iemand, tot wien de God van Jesaja zegt: „Ik heb U bij Uw naam geroepen" lo)^ als geschapen naar het beeld Gods en geroepen tot vrijheid en verantwoordelijkheid, als iemand, die niet alleen met de eigen menselijke stem spreekt, maar die ook het orgaan heeft om zulk een vox celeste te vernemen, die vanuit een hogere sfeer aangesproken wordt en zich aldus aangesproken weet. De mens is meer dan een ongelukkig dier, minder dan een gevallen engel — hij is een wezen met een tweeledig zijn, van de aarde aards
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's