1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 103
CHARLES ROBKRT DARWIN
85
staan van God loochende. Hij noemde zich zelf bij herhaling een agnosticus, hij kon het niet meer geloven. In dezelfde tijd dat hij zijn geloof in de Bijbel verloor, begon hij ook te twijfelen aan de soortconstantie. In het verslag van zijn wereldreis wordt nog bij herhaling het ontstaan van soorten door schepping verklaard. Wij zagen reeds dat de gedachte van de soortconstantie bij de onderzoekers van die tijd gebonden was aan de Schriftbeschouwing. Men meende dat Genesis 1 zeer duidelijk de soortconstantie leerde. Toen Darwin de rem van de Bijbel verloren had was zijn geest vrij om andere mogelijkheden te zien. Aanvankelijk knaagde zijn geweten nog, want als hij Hooker in 1844 voor het eerst schrijft dat hij meent dat de soorten veranderlijk zijn, zegt hij er bij dat dit is ,,like confessing a murder" 36). In dezen echter had hij volkomen gelijk. De soorten zijn niet constant, maar de perspectieven die hij zag gingen de feiten te boven; een afstamming van de mens van de dieren en een afstamming van de diergroepen van elkander door het selectie-mechanisme had hij niet, zoals de soortverandering, bewezen. Deze perspectieven zag hij toen echter al, daar hij zich vrijgemaakt had van de Bijbel en van het Christelijk geloof. We moeten er hier de nadruk op leggen dat Darwin in zijn gehele leven, in vergelijking met anderen, uiterst voorzichtig is geweest met het propageren van al dergelijke perspectieven. De gedachte van een generatio spontanea heeft hij bijvoorbeeld slechts schoorvoetend van zijn volgelingen overgenomen. De uiterste consequenties van de wereldbeschouwing van het materialistisch monisme zijn voor hem nimmer absolute zekerheden geworden 37). Dai"win heeft de grote stoot tot de ontwikkeling van het evolutionisme gegeven, een evolutionist „pur sang" is hij nooit geworden. Om de stelling te bewijzen dat het doorbreken van de evolutionistische gedachtengang bij hem te danken is aan een totaal veranderde wereldbeschouwing en aan een loslaten van de Bijbel kan men zich bij Darwin zeker met recht op een aantal verspreide uitspraken beroepen, maar van generale betekenis voor zijn volgelingen zijn zij, wanneer men Darwin recht wil doen, niet geweest, daar bij hem, omdat hij een niet scherp theoreticus was, het evolutionisme in zijn werken slecht uit de verf is gekomen. Toch is Darwin bij herhaling op de ware betekenis en de achtergrond van zijn werk gewezen. Zo schreef zijn oude leermeester
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's