Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 52

3 minuten leestijd

38

G. A. LINDEBOOM

waarin voor geen invloed van het gebed, voor geen wonder plaats scheen? Dat waren toch de vraagstukken, waarmede zij worstelden, om verder te leven met een caesuur tussen geloven en weten. Hebben wij het gemakkelijker? Leven wij zonder zulk een caesuur, zonder het onzichtbare schizoïde stigma in het denken van den gelovigen natuuronderzoeker? Hoe moeilijk is die vraag te beantwoorden ! Het is onder ons immers geen usance om over de intiemste moeilijkheden van het persoonlijk geloof in zijn confrontatie met de wetenschap te spreken anders dan na de objectivering tot een probleem. Wie zegt mij, wat de astronoom, die het heelal in millioenen lichtjaren meet, denkt onder een prediking over de hemelvaart Christi? En de anatoom, die zich verheugt, als hij een menselijk cadaver heeft bemachtigd om het met zijn studenten geheel te kunnen versnijden — wordt hij nooit op het hevigst gegrepen door de geweldige tegenstelling van den totalen ondergang van het lichaam, die hij zelve bewerkt, en de verrijzenis des vleeses, die hij in het apostolicum belijdt? Ik voor mij erken, bij het meer vertrouwd geraken met en het indenken in de psychosomatische verbanden, soms verbijsterd te zijn door de mate van beïnvloeding van 's mensen ziel en geest door zijn lichamelijkheid, die een stroom uitzendt, welke doorgaat tot in de laatste vezels van zijn bestaan en de geheimste roerselen van zijn ziel. Kan men Nietzsche bestrijden, dat de sexualiteit van den mens reikt tot in de hoogte van zijn geest? Facta sunt verba Dei; feiten zijn woorden van God. Welnu : een gering tekort aan weefsel en hormoon van de schildklier, — en de mens blijft in zijn ontwikkeling op een bijna vegetatief niveau, dat ligt onder dat van het intelligente dier. Een iets gestoorde interne secretie maakt den man tot een sexuelen delinquent. En de verantwoordelijkheid van den arts blijft daar niet buiten : behandel de vrouw met borstkanker met hormonen — en soms wordt een ingetogene gekweld door een rusteloze libido, die ze nimmer kende en haar moreel verzwakt en bedreigt. Waar blijft bij dit alles dan de geest van den mens? Wie zou soms niet geneigd zijn met Much uit te roepen : „Wir sind ja unser Körper. der Geist ist nur Adjunkt"? n ) . Waarlijk, er is geloof voor nodig om toch aan 's mensen herkomst, wezen en bestemming naar Bijbelse Openbaring te blijven vasthouden, om toch niet te wanhopen aan de mogelijkheid van een zekere SpirituaUsering van het driftleven en om in het strakke raam der

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 52

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's