Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 197

2 minuten leestijd

DE GESCHIEDENIS DER GENETICA SINDS 1900

171

neemt ook hij het bestaan van pangenen aan, maar deze worden niet van de cellen afgesplitst en door het lichaam vervoerd, doch zij blijven binnen de cel. Zij zijn niet intercellulair, maar intracellulair en kunnen zich slechts van de kern, waarin zij gevormd worden, naar het cytoplasma verplaatsen en blijven zich hierin voortbewegen. Het werk van Mendel bleef aanvankelijk onopgemerkt, totdat in het jaar 1900 diens wetten door drie botanici, geheel onafhankelijk van elkaar, herontdekt en geverifieerd werden. Deze botanici waren onze landgenoot Hugo de Vries, de Duitser Correns en de Oostenrijker Tschermak. Deze herontdekking der Mendelwetten is het begin geweest van een snelle ontwikkeling der genetica. Richard Goldschmidt verdeelt deze ontwikkeling in twee perioden : een periode van statische genetica en een periode van dynamische genetica. De periode der statische genetica houdt zich voornamelijk bezig met het opsporen der genen en hun localisatie. De dynamische genetica tracht de vraag te beantwoorden hoe uit deze genen zich de eigenschappen van de organismen ontwikkelen. Het zou te ver voeren om alle resultaten, die in de afgelopen vijftig jaren door het genetisch onderzoek zijn bereikt, te bespreken en ik zal mij dan ook tot de bespreking van enkele hoofdlijnen moeten beperken. Het was te verwachten, dat na de herontdekking der Mendelwetten allereerst de behoefte gevoeld werd de algemene geldigheid der gevonden regels te bewijzen. Daartoe werden van een groot aantal proefobjecten, zowel planten als dieren, zoveel mogelijk rassen met elkaar gekruist. Meestal werden hierbij inderdaad de getalsverhoudingen van Mendel teruggevonden en zo dit niet het geval was, kon voor deze afwijkingen een binnen het raam der Mendelwetten passende verklaring worden gegeven. Op deze wijze werden een groot aantal erffactoren of genen voor de onderzochte eigenschappen gevonden en was men in staat tot het opstellen van dikwijls zeer ingewikkelde genetische formules, waarin elk der genen door een lettersymbool is voorgesteld. Het gehele samenstel van genen wordt door Joh'annsen genotype genoemd. Daarnaast onderscheidt hij het phaenotype, d.i. de verschijningsvorm, het geheel van eigenschappen, waardoor het individu

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 197

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's