Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 252

2 minuten leestijd

222

J. P. VAN ROOIJEN

bovengenoemde cijfers, aangezien op goede gronden niet kan worden beweerd, dat ons land reeds op dit moment onder overbevolking heeft te lijden. Zulk een extrapolatie behoeft niet op een wiskundig rekenschema te steunen, want een rustige beschouwing van de huidige ontwikkeling leidt ongetwijfeld tot het vermoeden, dat de Nederlandse bevolking nog in de loop van deze eeuw een hoog gesteld maximum zal overschrijden. Een geheel ander licht valt evenwel op dit probleem, indien men de bevolkingssituatie in de andere West-Europese landen onderkent. Daar immers is van een markant groeiproces geen sprake meer; in sommige landen schijnt een maximum te zijn bereikt of in de naaste toekomst te verwachten, terwijl in enkele landen een afname van de bevolking valt te constateren. Wie op deze verschijnselen let, zal een tweeledige vraag zoeken te beantwoorden: is de positie van Nederland zo singulier, dat de demografische ontwikkeling in de naburige rijken ons volstrekt onberoerd laat, of volgen wij deze tendentie met een zekere vertraging? Het is duidelijk, dat een afdoende beantwoording van deze vragen gebiedend noodzakelijk is, alvorens de waarschuwende stem voor een dreigende overbevolking mag worden opgeheven. Teneinde geleidelijk tot de kern van het bevolkingsprobleem te kunnen doordringen, beginnen wij met de wel simpele, doch tegelijk hoogst belangrijke opmerking, dat een bevolking toeneemt door geboorte en afneemt door sterfte. Niet voor de wereldbevolking als zodanig, doch wel voor de onderscheidene delen dient hieraan nog te worden toegevoegd, dat ook de migratie van invloed kan zijn, doch vooralsnog zullen wij deze factor volstrekt buiten beschouwing laten en zulks te meer, omdat hij tegenover het proces van geboorte en sterfte in het algemeen weinig gewicht in de schaal werpt. Indien nu in een zeker tijdvak het aantal sterfgevallen door het aantal geboorten wordt overtroffen, heeft het betreffende land in dit tijdvak een overschot, zodat de bevolking daarmede aangroeit. Het verschil tussen de aantallen geborenen en overledenen noemt men het natuurlijk bevolkingsaccres en men kan dus zeggen, dat een bevolking toeneemt, zolang het accres positief is. Het juiste antwoord op de vraag, waarom de wereldbevolking oudtijds zo buitengewoon langzaam groeide in vergelijking met de jongste eeuwen, moet dus luiden, dat het accres toenmaals nauweliiks positief was. Intussen geeft dit correcte bescheid nog geen verklaring van het verschijnsel, want geboorte en sterfte hangen niet of nauwe-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 252

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's