Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 148

2 minuten leestijd

126

J. BLOK

Europa. Om maar dicht bij huis te beginnen, noemen we eerst het onderzoek van de resten uit Frankrijk. Het eerst werden onderzocht verkoolde resten uit de grot van Lascaux (N.O. van Les Eyzies bij de Dordogne). In deze grot bevinden zich praehistorische wandschilderingen. De tijd, waarin deze grot bewoond werd, wordt vaak het Magdalénien genoemd; dit is een onder-periode van het Palaeolithicum. In tabel 3 zijn de drie „stenen" tijdperken aangegeven : Palaeolithicum, Mesolithicum, Neolithicum. De datering van het Magdalénien werd nu mogelijk door onderzoek van de verkoolde houtresten, die bij gebruiksvoorwerpen in de grotten werden gevonden; voor de ouderdom vond men 15.500 ± 900 jaar. Later werden andere materialen uit een haard, eveneens in Zuid-Frankrijk gemeten (La Garenne); ook deze dateerden uit het Magdalénien. Men mat verkoolde beenderen (ouderdom 11.000 ± 480 jaar) en veraste materialen (15.800 ± 1.200 jaar). Verder werd ook materiaal buiten de haard gemeten (13.000 ± 560 jaar). Gezien deze resultaten is het waarschijnlijk, dat deze verblijfplaats uit dezelfde tijd (15,000 jaar gelden) dateert en enkele duizenden jaren bewoond is geweest. Van hoeveel belang deze bepalingen zijn, blijkt wel als we de hier vermelde waarde vergelijken met de ouderdom, die op andere gronden aan deze vondsten wordt toegeschreven. Schattingen komen voor van 4.000 jaar tot 52.000 jaar. Azië. Van metingen van Aziatische monsters noemen we het onderzoek van verkoolde beenderresten uit Iran. Deze metingen waren nogal moeilijk door de geringe hoeveelheid koolstof, die men ter beschikking had. Vandaar dat de resultaten nogal onzeker zijn. Ze betreffen niet het oudste stenen tijdperk, maar de daarop volgende perioden. Vroeg mesolithisch 8004 ± 900 jaar. Laat mesoHthisch 10560 ± 1200 jaar. Laat mesolithisch (nieuwe meting) 8545 ± 500 jaar. Neolithisch 8085 ± 1400 jaar. Op grond van deze minder fraaie resultaten, was alleen maar een ruwe datering mogelijk. Amerika. Aan deze voorbeelden over de prae-historie in Europa en Azië, zullen we enkele voorbeelden uit Amerika toevoegen. Het is van belang te weten, in welke tijd de mens voor het eerst het Zuiden van Amerika bereikt heeft. In grotten in Chili zijn verschillende dierlijke en menselijke overblijfselen gevonden, tezamen met kunstvoorwerpen. Onderzoek gaf hier een ouderdom van 8640 ± 450

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 148

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's