1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 26
14
C. C. JONKEIl
Naar ik hoop, zult U in deze weergave die trekken terug vinden van het denken van Hermanides, die ik U reeds noemde, nl. naast waardevolle gezichtspunten een gebrek aan systematisch doordenken van hetgeen hij zo gloedvol verdedigen wilde. Ten slotte bespreek ik nog één thema, dat nog eens overtuigend aantoont hoe men worstelde om een eigen standpunt te vinden, maar hoe men gevangen bleef in de ongelovige contemporaine philosophische stelsels. Dit thema is het ook nu met voorliefde besproken probleem van de verhouding van geest en stof. Aanleiding tot een rede hierover is een brief, die Hermanides ontvangt van een Christen psychiater, die hem aarzelend mededeelt, dat hij gelooft dat elke psychische afwijking aan een materiële verandering gebonden is. De briefschrijver bekent, dat hij eigenlijk een „christelijk materialisme huldigt. Hermanides gaat nu breed op dit thema in en bespreekt vijf door hem behandelde gevallen van neurosen. Hij vindt nl. dat men veel beter de neurosen dan de psychosen kan onderzoeken, daar de neurosen veel meer mogelijkheid geven iets te weten te komen over het normale gedrag. In al deze gevallen constateert hij, dat veranderingen in het geloofsleven, het karakter, de gehele sociale instelling, resulteren als volg van een organische hersenziekte, een laesie van het centrale zenuwstelsel, diabetes, lues cerebri, hysterie of dementia paralytica. Juist deze geestelijke gevolgen interesseren hem. Bij het verdere betoog worden nu eerst religie en ethica in het intellect gefundeerd en gezegd, dat deze alle drie aan het stoffelijk substraat der hersenen gebonden zijn. Daar nu de ware godsvrucht, het zaligmakend geloof, of de zaligmakende kennis van God door de Heilige Geest „in het harte gewerkt wordt", moet de Heilige Geest dus het verstand als aangrijpingspunt kiezen. Dit kunnen we ons nu zó voorstellen, dat de Heilige Geest óf primair op de stof óf op de geest van de mens werkt. Nu is reeds vastgesteld dat de stof op de geest werkt, daar immers het geloofsleven afhankelijk is van de „stofwisseling en de toestand der zenuwelementen". Dat echter ook de geest op de stof werkt is niet rechtstreeks te bewijzen, maar toch valt hieraan niet te twijfelen. Geest en stof zijn één en zó innig verbonden, dat als de een verandert, ook de ander niet meer hetzelfde blijft. Daar nu reeds de ene mens de geest van een ander mens beïnvloeden kan, zou de Heilige Geest dit niet kunnen? Deze grijpt niet het stoffelijk substraat, maar de geestelijke essentie aan. Secundair ondergaat dan de stof ook een wijziging, waardoor de duurzaamheid der psychische omkeer min of meer gegarandeerd is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's