1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 62
48
R. L. KRANS
twee gezichtspunten : de uiterlijke bevestiging en de innerlijke volkomenheid. De uiterlijke bevestiging van de theorie wil zeggen : de theorie mag niet in strijd zijn met de ervaringsfeiten. Deze eis is wel vanzelfsprekend, maar hij is lang niet voldoende om tussen twee concurrerende theorieën te beslissen. Als er ergens strijd is tussen de uitkomst van een theorie en de ervaring, geeft men gewoonlijk de theorie niet op, maar vult haar door hypotheses ad hoc aan. Of men laat deze discrepantie als een nog op te lossen probleem staan. De stralingsformule van P l a n c k had aanvankelijk wel uiterlijke bevestiging, maar zijn afleiding miste de innerlijke volkomenheid. Pas nadat de quantumidee in meer onderdelen van de natuurkunde doorgedrongen was, werd P 1 a n c k s formule van harte geaccepteerd. Zo laat L o r e n t z zich in zijn college over de stralingstheorie, cursus 1906—07, nog gereserveerd over de formule uit. Een ander voorbeeld dat de uiterlijke bevestiging niet voldoende criterium is voor de acceptabiliteit van een theorie, vindt men in de verklaring van het resultaat van de proef van M i c h e l s o n en M o r l e y . L o r e n t z was er in geslaagd het te verklaren, terwijl hij toch aan het begrip absolute beweging bleef vasthouden. De vervanging van zijn theorie door de speciale relativiteitstheorie is dan ook niet daaraan te danken dat de uiterlijke bevestiging bij de relativiteitstheorie beter was, maar het criterium van de innerlijke volmaaktheid deed aan deze laatste de voorkeur geven. Wat E i n s t e i n onder dat criterium van innerlijke volmaaktheid verstaat is moeilijk aan te geven. Het betreft niet de verhouding van de theorie tot de waarnemingsresultaten, maar de praemissen van de theorie. Het verlangt dat de praemissen logisch zo eenvoudig mogelijk zijn. Dit betekent niet een aftelling hoeveel logische onafhankelijke praemissen een theorie heeft, maar wijst op een wederzijds afwegen van eigenlijk onderling onmeetbare kwaliteiten. E i n s t e i n schrijft: „Wij slaan een theorie hoger aan, als zij van logisch standpunt niet een willekeurige keus betekent tussen andere gelijkwaardige en analoge theorieën". Men kan van de algemene relativiteitstheorie niet zeggen : er zijn andere gelijkwaardige theorieën. E i n s t e i n gelooft wel, dat een scherpere omschrijving van zijn epistemologische gezichtspunten mogelijk is, maar acht zichzelf er niet toe in staat. Wat staat bij E i n s t e i n achter deze opvattingen? Zijn geloof
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's