Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 317

2 minuten leestijd

GESPREK TUSSEN THEOLOGIE EN NATUURWETENSCHAP

283

natuurwetenschap te ontkennen. Krachtig bestrijdt Clark het materialisme, of naturalisme zoals hij het meestal noemt. Hij stelt daar zijn eigen filosofie tegenover, die gebaseerd is op de resultaten van de natuurwetenschap en waarin sterk de nadruk wordt gelegd op het doel dat de schepping beheerst. Van de andere werken van Clark noem ik nog Creation ^), een boekje bestemd voor de Sixth Form, de vervolgklas van de Engelse middelbare scohol. Een krachtig pleidooi voor de schepping en de doelmatigheid in de natuur, een bestrijding van argumenten die daartegen worden aangevoerd en ook van een mechanische evolutieleer. Ik wilde wel, dat dergelijke boekjes in de hoogste klas van onze christelijke middelbare scholen gebruikt werden. Terloops noem ik ook nog een boek van A. Rendle Short, hoogleraar in de chirurgie te Bristol, Modern Discovery and the Bible ^), in 1942 geschreven en sindsdien enige malen herdrukt. De hoofdgedachte van zijn betoog is, dat de natuurwetenschap nooit een bezwaar kan zijn voor de aanvaarding van het christelijk geloof en dat het natuuronderzoek en de resultaten van de archaeologie de betrouwbaarheid van de Bijbel bevestigen 9). Uit deze voorbeelden blijkt, dat men zowel in Duitsland als in Engeland de resultaten van het natuurwetenschappelijk onderzoek dienstbaar tracht te maken aan de apologetiek. Men wijst er dan niet alleen op, dat de natuurwetenschap niet aan het christelijk geloof in de weg staat, maar men wil ook in positieve zin de resultaten van de natuurwetenschap gebruiken voor de verdediging van de leer der christelijke kerk. In Duitsland gebeurt dit vooral door de kerk als instituut door middel van de van haar uitgaande academies, in Engeland door beoefenaars van de natuurwetenschap. In ons land bemerkt men weinig van een nauwe band, van een krachtige samenwerking tussen apologetiek en natuurwetenschap. Toch zijn er bij ons veel belijdende Christenen die de natuurwetenschap beoefenen. Het zojuist genoemde verschijnsel moet, dunkt mij, worden toegeschreven aan de geringe samenwerking tussen theologen en natuurfilosofen in ons land gedurende de laatste halve eeuw. „Geringe samenwerking" is eigenlijk een te euphemistische uitdrukking. Dikwijls was er misverstand, wantrouwen, onenigheid, tegenstelling. Dit leidde er toe, dat men evangelisatie en apostolaat aan de theologen overliet of deze ze zelf in handen hielden. Zodoende werd de natuurwetenschap bij de apologetiek uitgeschakeld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 317

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's