Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 58

2 minuten leestijd

44

R. L. KRANS

van de relatieve rotatiesnelheid. De centrifigale kracht zal dus net zo goed bestaan als de molen stilstaat en het omringende heelal draait. E i n s t e i n leerde door deze beschouwingen van M a c h N e w t o n s invoering van de begrippen absolute ruimte en absolute tijd zien als een daad van willekeur, die niet door physische feiten vereist werd. E i n s t e i n s positivistische wetenschapsopvatting komt al duidelijk tot uiting in zijn eerste artikel over de relativiteitstheorie (Ann. der Physik, 17 : 891; 1905), waar hij schrijft: „De mislukte pogingen een beweging van de aarde relatief tot een „lichtmedium" (aether, R.K.) te constateren, leiden tot het vermoeden, dat aan het begrip absolute rust geen eigenschappen van verschijnselen beantwoorden". Hij constateert dus, dat het begrip absolute rust niet aan het positivistische criterium van mogelijkheid tot verificatie voldoet. Ook de woordkeus is kenmerkend voor de positivist: er wordt gesproken van „eigenschappen der verschijnselen", niet van physische realiteit of natuurkundige wereld. Bij de opstelling van de speciale rslativiteitstheorie heeft hij dus bewust de positivistische wetenschapseisen als richtsnoer gekozen. Zelf schrijft hij in zijn bespreking van de gelijktijdigheid van twee blikseminslagen (Die spezielle u. allgemeine Relativitatstheorie, S 14) : „Een conceptie bestaat niet voor een physicus, tenzij hij de mogelijkheid heeft om na te gaan of zij in een actueel geval van toepassing is. Wij verlangen een zodanige definitie van gelijktijdigheid, dat zij ons de middelen verschaft, waardoor men experimenteel kan uitmaken of beide blikseminslagen tegelijk geschieden. Zolang aan deze eis niet voldaan is, houd ik mijzelf als physicus voor de mal, als ik mij verbeeld, dat ik een mening aan het woord „gelijktijdigheid" kan toekennen." In zijn eerste artikel van 1905 wijst E. er op, dat een uitspraak als : „Deze trein komt op 7 uur aan", slechts betekent: „De stand van do kleine wijzer van mijn klok op 7 en de aankomst van de trein zijn gelijktijdige gebeurtenissen". Deze betekenis heeft echter alleen zin voor de plaats, waar de klok zich bevindt. Hoe krijgt men nu een verband tussen de wijzerstand op een klok in de plaats A en die op een klok in een ver verwijderde plaats B? Het staat nog vrij hierover een afspraak te maken. Om overeenstemming met het experimentele resultaat van

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 58

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's