1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 20
8
C. C. JONKER
lichtbron"; „Wonderen"; „Christelijke wijsbegeerte"; „De moeilijke bekering van grijsaards en dat men het van de jeugd moet hebben"; „Heiligheid des levens"; „Schepping"; „Neurosen"; enz., enz. Na deze voordrachten ging hij voor in gebed. In 1902 blijkt, dat een arts geen lid wenste teworden, omdat het op de vergadering niet stichtelijk genoeg toeging. Hermanides antwoordt hierop met een rede over „Officieuze kerken", waarin hij het idee ontwikkelt dat verenigingen het werk van de kerk op allerlei gebied overnemen, omdat onze maatschappij zo gedifferentieerd is. Onze vereniging doet dit op wetenschappelijk gebied en is een officieuze maar geen „wezenlijke kerk". Hoewel naar onze smaak deze vergaderingen waarschijnlijk een tè stichtelijke inslag hebben gehad, blijkt hieruit zeer duidelijk hoe een diep beleefde roeping hen dreef en een innige vroomheid om een gezamenlijke religieuze beleving vroeg. Deze vonden zij in de woorden van Hermanides en daardoor voelde men zich ook gesterkt om als kleine groep te beginnen aan een reuzen taak: „de beoefening van de natuur- en geneeskundige wetenschap in haar gehele omvang bij het licht van Gods Woord" (artikel 1, statuten). Als men in 1896 een lijst opstelt van de onderwerpen, die behandeld moeten worden, prijkt daar bovenaan: „De verhouding van geloof en wetenschap". Gaat men dan hoopvol zoeken naar de voordracht die dit onderwerp inleidt, dan blijkt dat dit pas na 10 jaar rechtstreeks aan de orde komt in de rede van Hermanides bij het 10-jarig bestaan der vereniging en dat het voordien slechts zijdelings ter sprake kwam in een rede van de nog jeugdige Bonman. Nu waren de andere onderwerpen uit de eerste tijd haast alle medisch of biologisch georiënteerd, terwijl over de ethische zijde van vele praktische medische kwesties met voorliefde werd gedisussieerd. Hoezeer dit ook begrijpelijk is, omdat enerzijds bijna uitsluitend medici lid waren en anderzijds de Christelijke overtuiging^ bij ethische problemen het meest directtot gelding kan worden^gebracht, maakt dit toch dat het voor mij niet gemakkelijk is om uit deze discussies conclusies te trekken over het onderwerp, dat men mij gevraagd heeft voor U te behandelen. De persoonlijke beperktheid en voorliefde voor bepaalde onderwerpen zult U dan ook zonder twijfel in het volgende opmerken. Uiteraard komen alleen enkele zeer algemene vragen over de verhouding van geloof en wetenschap ter sprake en waag ik mij niet aan de typisch vaktechnische kwesties. Het tijdperk waarover wij spreken, onderging nog sterk de invloed
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's