Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 200

2 minuten leestijd

174

L. ALGERA

dat de beide betreffende genen in verschillende chromosomen liggen. Alleen dan zullen zij onafhankelijk van elkaar over de gameten verdeeld worden. Liggen zij echter in hetzelfde chromosoom, dan zullen zij bij elkaar blijven en zich, wat hun verdeling over de gameten betreft, als één enkel gen gedragen. Wij moeten dan in de F2 eenzelfde opsplitsing te zien krijgen als bij een monohybride kruising, nl. de verhouding 3 : 1. Bij zeer veel dihybride kruisingen vond men echter noch de 9 : 3 : 3 : 1 verhouding, noch de 3 : 1 verhouding, maar één, die hier tussen inlag. Als voorbeeld noem ik een onderzoek, waarbij Bateson een Lathyrus met paarse bloemen en langwerpig stuifmeel kruiste met één die rode bloemen en rond stuifmeel bezat. De F2 leverde op : paars-langwerpig, paars-rond, rood-langwerpig en rood-rond in de aantallen 1528, 106, 117 resp. 381. Dit is een verhouding van ten naaste bij 11 : 1 : 1 : 3. Dit ziet er op het eerste gezicht bedenkelijk uit voor de aanname, dat de genen in de chromosomen zijn gelegen. Nemen wij aan, dat de beide betreffende genen in hetzelfde chromosoom liggen, dan is het optreden van de combinaties paarsrond en rood-langwerpig hiermee in tegenspraak. Gaan wij er vanuit, dal de beide genen in verschillende chromosomen liggen, dan kloppen de getalsverhoudingen niet. Er zijn te weinig combinaties paars-rond en rood-langwerpig en te veel combinaties paars-langwerpig en rood-rond. De genen voor paarse bloemkleur en langwerpig stuifmeel zijn dus in een zekere mate aan elkaar gekoppeld. Eveneens die voor rode bloemkleur en rond stuifmeel. Toch hebben deze en soortgelijke gegevens de gemaakte hypothese niet kunnen omverwerpen, maar hebben er integendeel juist toe bijgedragen onze kennis van de localisatie der genen in de chromosomen aanmerkelijk te verdiepen. Dit hebben wij te danken aan het werk van Morgan en zijn school. Morgan werkte met de beroemd geworden bananenvlieg, Drosophila melanogaster, waarvan hem een zeer groot aantal rassen ter beschikking stond. Bovendien heeft dit dier het grote voordeel, dat het aantal chromosomen in de gameten slechts vier bedraagt, welke chromosomen verder door hun vorm en afmetingen gemakkelijk van elkaar te onderscheiden zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 200

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's