1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 107
CHARLES ROBERT DARWIN
89
De vraag kan zich voordoen wat de houding van de orthodoxprotestantse kerken t.o.v. deze nieuwe opvattingen is geweest. Het is goed om deze vraag te stellen, daar anders welUcht de mening gewekt zou kunnen worden dat Bisschop Wilberforce in dezen representatief of zelfs juist was. Gelukkig is dat niet het geval geweest. Hoewel het moeilijk is in het algemeen te spreken, mag toch gezegd worden dat op velerlei wijzen op de principiële onaanvaardbaarheid van het materialistische uitgangspunt van het evolutionisme is gewezen. Dit evolutionisme werd dus als onverenigbaar met het Christelijk geloof beschouwd. Helaas is bij de practische uitwerking hiervan binnen de biologie veelal een fout gemaakt welke nog tegenwoordig verstrekkende gevolgen heeft. Men meende, dat de afwijzing van het evolutionisme een afwijzing van iedere evolutie-theorie, zelfs van de kleinste omvang, impliceerde. En daar de evolutie-theorie van Darwin steunde op de gedachte van soortverandering, begon men ongelukkigerwijze met dit punt te bestrijden. Ongelukkigerwijze omdat dit nu juist het enige punt was waarop Darwin volkomen gelijk had. Wanneer men de soort-constandie had aanvaard en dus de feiten had erkend, zou men sterker gestaan hebben bij de bestrijding van de op wereldbeschouwelijke gronden gebaseerde speculaties, waaruit het evolutionistische bouwwerk grotendeels bestond. Dat men zich tegen de soort-evolutie verklaarde werd niet slechts door een anti-evolutionistische mentaliteit veroorzaakt, maar doordat men Genesis 1 beschouwde als een technisch wetenschappelijke verhandeling, welke b.v. met „dagen" 24 uur, met „vissen" de classis Pisces, en met „aard" species bedoelde, in plaats dat men Genesis 1 zag als een Goddelijke mededeling die gelovig aanvaard moet worden en die een veel diepere voor alle tijden geldende wetenschappelijke, en dus ook natuurwetenschappelijke, betekenis heeft. Hierin vindt de Christen-onderzoeker die absolute en meest fundamentele grondgedachten welke hij heeft te stellen en vast te houden tegenover de geloofsuitgangspunten van de materialistische evolutionist, zoals b.v. Huxley en Haeckel (zie hierboven) deze openlijk hebben beleden. Het is voor ons vandaag nog een eerste opgave ons deze denkwijze eigen te maken en zo de mogelijkheid te zien van een aanvullende practische uitwerking van deze grondgedachten tot een eigen fundamenteel christelijke, de feiten accepterende, visie op deze problemen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's