Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 333

4 minuten leestijd

BOEKBESPREKING

299

metaphysischen achtergrond, tot welken de mensen in verschillende relaties staan In het bijzonder wordt een onderscheid gemaakt tussen de relatie tot het Mysterie in het algemeen en de relatie tot den bijbelsen God" De kern van het boeK spreekt „van geloof, openbaring en historische openbaring niet op grond van bijbelteksten maar op grond van werkelijkheidsaan WIJ zingen aangaande een bijzondere geestelijke relatie, die categorisch van zedelijke redelijke en aesthetische relaties op m a r kante wijze onderscheiden en geïsoleerd kan worden Het is de relatie tot den bijbelsen God" Dan wordt getoond, hoe ,,deze relatie van betekenis is voor het innerlijke geestelijke leven van den mens, voor het getuigenis omtrent het staan m deze relatie en voor de zedelijke houding van den mens tegenover zijn naaste" Deze kern schijnt, naar de mening van den schrijver inderdaad een aanvaardbaar antwoord te bieden op de vraag waarom het toch eigenlijk aldoor gaat of God een fictie en de godsdienst alleen maar humbug is" Dit alles, en nog meer, wordt door den schrijver diepgravend en scherpzinnig uitgewerkt m meeslepende stijl, met vaak ontroerende passages, vooral daar, waar het om de godsdienstige mystieke relatie gaat En toch, en toch De schrijver stelt zich het ideaal een buitenkerkelijk modern mens zo aan te spreken dat het christelijk geloof m al zijn stukken verstandelijk ten volle aanvaardbaar zou zijn dat alleen de toverslag Gods nog maar nodig zou zijn om aan een niet gepreoccupeerde ziel het geloof te schenken " — Is dat mogelijk en wat is dat geloof Ik denk b v aan een passage als op p 200 ,, de verwarring (n 1 in de Ned Herv Kerk rondom de kwestie van opstanding, onsterfelijkheid, wederkomst van Christus en laatste gericht) is geweldig, want, wat er (in het Nieuwe Testament) staat, de opstanding uit de doden is eigenlijk voor geen mens meer te aanvaarden" Komt hier niet weer die geweldige overschatting van den kntischen zm van den ,modernen mens" tegenover die van 1900 jaren geleden te voorschijn' Is het niet het bekende geluid van , wie wat weet van radio, atoombom enz gelooft niet meer aan al die dingen als opstanding enz " ' Moet men daarvoor werkelijk ,,een modern mens" zijn' De Sadduceeën beweerden in Jezus' tijd reeds dat er geen opstanding is en hadden hun spottende kritiek Paulus IS die kritiek toch waarlijk ook al tegengekomen ,,toen zii (n 1 de Atheners op den Areopagus) van een opstanding der doden hoorden, spotten sommigen" (Hand 17 32) Of is dit verhaal fantasie van Lucas*' En m Corinthe wisten ze ei ook al van Hoort de opstanding der doden ook met tot de dmgen, die ,,voor de Grieken dwaasheid" w a r e n ' Hebben de discipelen dadelijk m de opstanding geloofd' Doet de omstandigheid, dat het laatste deel van Marcus 16 jonger IS dan het voorafgaande, werkelijk veel ter z a k e ' Kan men zo maar voorbijgaan aan de verschijningen, waarvan Paulus verhaalt' Historisch-critisch onderzoek is zeer te waarderen, maai heeft toch een relatieve betekenis wat men uiteindelijk aanvaardt of verwerpt, wordt niet alleen door de rede en door de wetenschap beslist Dragen de mededelingen van Paulus omtrent ooggetuigen en omtient zich zelf zo'n ander historisch karakter dan de uitspraken „de atoombom is op Hiroshima gevallen", „2000 jaar geleden waren er Joden m Palestina", „Napoleons steek was driehoekig", die de schrijver „evident waar" noemt (zelf zou ik deze qualificatie niet gekozen h e b b e n ) ' Ligt er niet tussen de fides qua (creditur) en de fides quae (creditur) toch wel dieper verband, dan de schrijver wil aanvaarden' De bewogenheid van 1 Oor 15 „ mdien Christus met is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook Uw geloof, mdien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen'" geldt toch waai lijk met een min of meer indifferente zaak' Natuurlijk zijn er t o v het opstandmgsleven e a grote moeilijkheden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 333

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's