1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 199
DE GESCHIEDENIS DER GENETICA SINDS 1900
173
chromosoom van het andere stel. Twee van zulke met elkaar corresponderende chromosomen heten homologe chromosomen. Bij alle celdelingen in het zich ontwikkelende organisme splitst ieder chromosoom zich in de lengte in twee nieuwe, die precies aan elkaar gelijk zijn en zich daarna over de beide dochterkemen verdelen. Daarmee wordt bereikt, dat alle lichaamscellen, wat hun chromosomenbezit betreft, identiek zijn. Voordat de gameten ontstaan zal er echter een ander type van kerndeling moeten worden ingeschakeld, daar anders, na de versmelting der gameten, de nieuwe generatie twee maal zoveel chromosomen zou bezitten als de voorafgaande. Om dit te voorkomen wordt onmiddellijk vóór de vorming der gameten het aantal chromosomen door een reductiedeling tot de helft teruggebracht Bij deze reductiedeling splitsen de chromosomen zich niet, maar van elk paar homologe chromosomen gaat het ene chromosoom naar de ene dochterkern, het andere naar de andere dochterkern. Bij deze verdeling gedragen de verschillende chromosomenparen zich geheel onafhankelijk van elkaar en het hangt van de wetten der waarschijnlijkheidsleer af, hoeveel chromosomen van moederszijde en hoeveel chromosomen van vaderszijde in elk der beide dochterkernen terecht komen. Nemen wij aan, hetgeen in het einde der vorige eeuw door Weismann op theoretische gronden reeds was gedaan, dat de genen zich in de chromosomen bevinden, dan moeten deze genen op dezelfde wijze als de chromosomen over de gameten en over de nakomelingen worden verdeeld. Dan zullen de in de Fo van kruisingen optredende getalsverhoudingen uit de verdeling der chromosomen af te leiden moeten zijn. Maakt men de chromosomencombinaties, die er in de gameten van een monohybride bastaard mogelijk zijn, dan verkrijgt men daaruit inderdaad een Fo, waarin drie individuen met de dominante eigenschap voorkomen tegen één individu met de recessieve eigenschap. Doet men dit bij een dihybride bastaard, dan resulteren hieruit negen individuen met beide dominante eigenschappen tegen twee maal drie individuen, die één dominante en één recessieve eigenschap vertonen tegen één met beide recessieve eigenschappen. Dit resultaat verkrijgt men echter alléén onder deze voorwaarde,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's