Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 273

2 minuten leestijd

HET PROBLEEM VAN DE BEVOLKINGSGROEI

243

nam de pyramide geleidelijk de gedaante van een urn aan, vooral in die landen, waar bovendien het geboortecijfer aanzienlijk daalde. Een dergelijke situatie treft men momenteel in vele West-Europese rijken aan. In Nederland heeft de vermindering van de mortaliteit nog snellere vorderingen gemaakt dan in het buitenland; desniettemin mogen wij zelfs nu nog op een jeugdig volk bogen ten opzichte van overig WestEuropa en zulks is te danken aan de omstandigheid, dat te onzent het geboortecijfer betrekkelijk hoog is gebleven. De figuur op pag. 244 toont onze bevolkingspyramide voor 1950 (zware lijn) en voor 1980 (dunnere lijn). De laatstgenoemde is uiteraard gebaseerd op de bovengenoemde prognose vanwege het Centraal Bureau voor de Statistiek. De dominerende betekenis van de na-oorlogse geboortenpiek komt duidelijk tot uitdrukking; de ontstentenis van het verwachte echo-effect in de pyramide-1980 is weinig overtuigend voor de precisie, waarmede het Centraal Bureau heeft gearbeid, doch men bedenke, dat de verantwoording van de emigratiefactor nivellerend heeft gewerkt, terwijl bovendien slechts een schetsmatig plan voor ogen stond. Het behoeft wel nauwelijks te worden gezegd, dat de uitzonderlijke nataliteit in de jaren 1946/47 tot in de volgende eeuw haar stempel op de bevolkingspyramide zal blijven drukken. Sinds het najaar van 1952 moeten onze onderwijsinstanties deze talrijke groep weten te plaatsen, terwijl later de inschakeling in het arbeidsproces bijzondere aandacht vraagt. Men ziet nu, dat de figuur voor 1950 nog veel op een echte pyramide gelijkt; voor 1980 geldt zulks wel in veel mindere mate, maar zelfs dan heeft de veroudering nog niet het peil bereikt van het huidige België (vergelijk de figuur op pag. 237). Het essentiële verschil tussen de beide nabuurstaten komt ook tot uiting, indien men voor elk de gemiddelde leeftijd berekent. Men verkrijgt dan de navolgende uitkomsten: Gemiddelde leeftijd der totale Jaar Nederland ^) 1900 27,6 1910 27,6 1920 28,3 1930 29,1 1947 30,7 1950 30,8 1980 34,0

bevolking België 9) 28,6 29,3 31,5 32,9 35,8 36,0

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 273

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's