Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 56

3 minuten leestijd

42

R. L. KRANS

resultaten meer heeft opgeleverd, neemt hij de zo verworven wetenschapsopvatting weer bewust tot richtsnoer. E i n s t e i n heeft zelf geen volledige, systematische epistemologie gegeven, maar wel heeft hij zich, vooral in de laatste 25 jaar, over verscheidene epistemologische problemen geuit. In het genoemde boek hebben R e i c h e n b a c h , M a r g e n a u , L e n z e n en N o r t h r o p uit E i n s t e i n s werken een samenhangende kennisleer pogen te controleren. Hiervan wordt L e n z e n s constructie door E i n s t e i n zelf in zijn slotbeschouwing aanbevolen. E i n s t e i n s naam zal steeds verbonden blijven aan de twee grote natuurkundige theorieën, die in de eerste helft van deze eeuw ontstaan zijn: de relativiteitstheorie en de quantumtheorie. „De eerste is geheel uit het scheppende brein van Einstein voortgekomen", terwijl de quantumtheorie aan hem sommige van haar belangrijkste vorderingen dankt. Het is merkwaardig dat, als men E's wetenschapsopvattingen wil confronteren met zijn eigen wetenschappelijke arbeid, men vrijwel alleen de relativiteitstheorie kan gebruiken. Hiervoor zijn zij pasklaar. Zijn quantumtheoretische onderzoekingen laten geen andere dan vakwetenschappelijke gezichtpunten naar voren komen. E. vindt zijn arbeid op dit terrein niet voldoende afgerond, de resultaten beantwoorden niet aan zijn kennistheoretische eisen. E i n s t e i n verlangt naar een éénvormige theorie voor de straling, de dualiteit golf-deeltje beschouwt hij niet als een definitieve formulering. In 1917 schrijft hij aan het slot van een artikel, waarin hij de stralingsformule afleidt uit statistische wetten : de zwakte van deze theorie is, dat zij geen aaneensluiting brengt van quantumtheorie en golftheorie én dat tijd en richting van de elementaire processen, de quantumsprongen, aan het toeval overgelaten worden. Dit gevoel van onbevredigd zijn met de quantumtheorie bestaat nog bij hem. Het is merkwaardig dat E. zelf het initiatief genomen heeft om de indeterministische, statistische, behandelingswijze principieel in de natuurkunde in te voeren en dat juist hij met de hierdoor geschapen toestand geen vrede heeft. Hij beschouwt deze statistische behandelingswijze als een vaak bruikbare methode, maar niet als een essentie van de natuurkunde. Bij het begin van E i n s t e i n s wetenschappelijke werkzaamheid had M a c h s Geschichte der Mechanik diepe indruk op E. gemaakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 56

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's