1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 198
172
L. ALGERA
gekenmerkt wordt. Van deze beide wordt alleen het genotype overgeërfd, van de ene generatie op de andere overgedragen. Uit dit genotype ontwikkelt zich het phaenotype. Deze ontwikkeling wordt beïnvloed door de uitwendige omstandigheden waaronder het individu opgroeit. Het individu is dus het product van samenwerking van aanleg en milieu. Dit houdt in, dat het milieu maar niet van alles van het individu kan maken. Het milieu kan het organisme slechts beïnvloeden binnen de grenzen, die door de aanleg gesteld worden. Wat overgeërfd wordt, is dus de wijze waarop het individu op het milieu reageert. Al spoedig kwam de vraag op, waar zich de genen bevinden. Liggen zij geheel vers'preid door de cellen, waaruit de organismen zijn opgebouwd, of zijn zij in een bepaald onderdeel daarvan geconcentreerd, hetzij in de kern, hetzij in het cytoplasma of in de in het cytoplasma gelegen plastiden en microsomen. Een antwoord op deze vraag gaven o.a. de reciproke kruisingen. Wij zagen, dat de bastaarden uit reciproke kruisingen aan elkaar gelijk zijn. Deze gelijkheid is niet anders te verklaren dan door aan te nemen, dat de erfelijke aanleg zich in de kern bevindt. Dit wordt ons duidelijk, wanneer wij bedenken, dat de vrouwelijke geslachtscel uit een kern met cyto'plasma bestaat en de mannelijke geslachtscel uitsluitend uit een kern zonder cytoplasma of met hoogstens zeer weinig cytoplasma. Bevonden de genen zich in het cytoplasma, dan zou de bastaard steeds op de moeder moeten gelijken en zou het niet onverschillig zijn welk individu als moeder en welk individu als vader gebruikt wordt. Wij kunnen nu een stapje verder gaan en ons afvragen, waar de genen zich in de kern bevinden. De kern bestaat nl. behalve uit de haar omgevende membraan nog uit het niet kleurbare kernsap en de chromatine, die zich met bepaalde kleurstoffen sterk kleurt. Deze chromatine is niet homogeen over de kern verdeeld, maar is aanwezig in de vorm van een aantal lange, dunne draadjes of chromosomen. Elke planten- of diersoort heeft een bepaald aantal van deze chromosomen. Eigenlijk bestaat dit aantal uit twee stel chromosomen, één stel afkomstig van de vrouwelijke gameet en één stel afkomstig van de mannelijke gameet. Alle chromosomen van zo'n stel zijn onderling verschillend, maar elk chromosoom van het ene stel correspondeert met een bepaald
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's