1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 21
GELOOF EN WETENSCHAP OMSTREEKS 1900 EN NU
9
van het geestesleven van de 19e eeuw, waarin het evolutionisme, het materialisme en het modemisme tezamen hun aanvallen richtten op het Christelijk geloof. In de biologie werd fel gestreden over een mechanistische of een vitalistische opvatting van de levensverschijnselen. Door de critiek van Mach en de ontdekkingen in de electrodynamica was het mechanisme in de natuurkunde echter reeds voor een groot deel overwonnen. De idealistische philosophic had men hier reeds afgeschreven door de felle positivistische en neo-positivistische aanvallen. Tegen deze achtergrond moeten we de vraagstellingen en hun oplossingen leren bezien. Allereerst is er te spreken over de vraag: Hoe stond men tegenover de Heilige Schrift? Hierop is een duidelijk antwoord mogelijk : men stelde zich in artikel 2 van de statuten onder het onvoorwaardelijk gezag van de ganse Heilige Schrift als Gods Woord. De ons hier wat vreemd aandoende toevoeging : bevattende al de canonieke boeken des Ouden en Nieuwen Testaments, is o.a. opgenomen om het lidmaatschap voor rooms-katholieken onmogelijk te maken. Toch is de wijze, waarop men de Bijbel hanteert, 'anders dan wij dat gewend zijn, al zullen hier grote individuele verschillen bestaan. Al wordt herhaaldelijk betoogd, evenals wij dat doen, dat de Bijbel geen handboek is voor vakwetenschappelijke gegevens, toch gebruikt men de gegevens uit de Bijbel wel letterlijker. Dit blijkt o.a. uit een I „toespraak" van Hermanides over Genesis 1, waar de conclusie luidt: Komt het wetenschappelijk onderzoek in strijd met de Bijbel, in zijn geheel bezien, dan moeten we twijfelen aan de wetenschap. De vraag naar de juistheid van de gangbare exegese wordt hier niet gesteld, hoewel men toch uit de geschiedenis kon weten, b.v. uit de veroordeling van Galilei, dat hier grote misverstanden kunnen optreden. Direct in het begin wordt ook reeds naar aanleiding van een rede van Bouman over: „Algemene praedispositie" gediscussieerd over het probleem van de dpgd- Ook hier blijkt de hantering van de bijbelse gegevens aanleiding te geven tot discussies, die ons minder liggen. Volgens Bouman heeft de mens door de zondeval een algemene praedispositie tot de dood verkregen, waarbij de algemene genade slechts verhoedt dat deze niet onmiddellijk intreedt. Hierbij worden vragen besproken, die het klimaat der besprekingen typeren, b.v.: Wat is deze praedispositie organisch? Had Adam voor de zondeval een ander weefsel? Bouman antwoordt dat alle weefsel in Adam voor de zondeval onsterfelijk was en Hermanides voegt er aan toe,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's