Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 205

2 minuten leestijd

DE GESCHIEDENIS DER GENETICA SINDS 1900

179

nemen, dat de kern bepaalde stoffen afscheidt, die vormgevend werkzaam zijn. Deze morphogenetische stoffen, die ongetwijfeld door genen worden geproduceerd, zijn genenstoffen genoemd. Deze genenstoffen worden door de kern in het cytoplasma uitgescheiden. Zij bevinden zich dus ook in het cytoplasma van de mediterranea-top, die op het onderstuk van Wettsteini was geënt en veroorzaken een ontwikkeling in mediterranea-richting. Het cytoplasma in deze top gaat zich echter vermengen met dat van het Wettsteinionderstuk en de genenstoffen uit dit onderstuk beginnen dan hun invloed op de ontwikkeling uit te oefenen. Tijdens hun werkzaamheid worden de genenstoffen echter opgebruikt, met het gevolg, dat de mediterranea genenstoffen na verloop van enige tijd geheel verdwenen zijn, omdat zij wegens het ontbreken van een mediterranea-kern niet kunnen worden aangevuld. De Wettsteini-genenstoffen daarentegen worden steeds opnieuw door de Wettsteini-kern geproduceerd, zodat uiteindelijk uitsluitend Wettsteini-genenstoffen aanwezig zijn, wat de ontwikkeling van het zuivere Wettsteini-scherm verklaart. De isolatie en de identificatie van deze genenstoffen is nog niet gelukt. Dit is wel het geval met een aantal genenstoffen, die een rol spelen bij de vorming van de pigmenten, die de kleur aan de ogen van Drosophila verlenen. Uit een genetische analyse is gebleken, dat het normale donkerogige wildtype twee genen v+ en cn+ bezit, die samen de donkere oogkleur veroorzaken. Ontbreekt het v+ gen, dan ontstaan veel lichtere vermiljoenkleurige ogen; is het cn+ gen afwezig, dan worden de ogen cinnaberkleurig. Transplantatieproeven hebben aan het licht gebracht, dat zowel het v+ gen als het cn+ gen ieder een genenstof produceren en dat deze beide genenstoffen onderling verschillen. Ephrussi e.a. konden de v+ genenstof identificeren als het kynurenine, een derivaat van het aminozuur trytophaan. Butenandt, Weidel en Schlossberger slaagden er in aan te tonen, dat de cn^ genenstof identiek is met hydroxykynurenine. Bijzonder duidelijk is het verband tussen gen en genwerking bij de schimmel Neurospora. Deze schimmel kan met behulp van anorganische stikstof uit het milieu, zelf zijn eiwitten synthetiseren onder medewerking van enzymen. Een aminozuur, dat in vrijwel alle eiwitten voorkomt, is het arginine. De synthese van het arginine verloopt in een aantal trappen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 205

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's