1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 324
290
W. J. A. SCHOUTEN
zijn. Zulk een gemeente verenigt zich, zegt hij, op de plaats van de verleidende bloeikracht van de natuurv^^etenschappelijke ideologie rondom de Boodschap, de opengeslagen bijbel, het gebed, de breking des broods. De leden moeten in deze gemeenschap elkaar tot steun zijn. Zij moeten echter ook verbinding zoeken met natuuronderzoekers die geen christen zijn, maar op grond van culturele motieven de noodzakelijkheid van deze ontmoeting willen overwegen. Zij moeten zich bovendien wenden tot theologen die voor een gesprek open slaan. ,,Laat ieder natuuronderzoeker die Christus belijdt en liefheeft" — zo besluit Dippel zijn artikel — „zich afvragen, of hier niet een roeping voor hem ligt, waarin zijn arbeid zowel kerk als wereld kan dienen, naar Christvis' wil." Het is niet mijn bedoeling uitvoerig op dit artikel van Dr Dippel in te gaan. Ik heb veel respect voor zijn bewogenheid met de nood van de wereld, ook van de natuurwetenschappelijke wereld, en voor zijn geestdriftige pogingen om de troost van het Evangelie te brengen aan allen, ook zijn collega's, die daarvan vervreemd zijn. Hij bepleit de instelling van beroepsgemeenten van natuuronderzoekers en zal daarin zonder twijfel ook medici, ingenieurs en andere abituriënten van de B-faculteiten willen opnemen. Ik vraag mij echter af, of hij bij de opstelling van dit plan voldoende heeft gerekend met de empirische situatie van de kerkelijke verdeeldheid in ons land. Dr Dippel is een vooraanstaand en zeer strijdvaardig lid van de Ned. Herv. Kerk. We zullen hem niet kwalijk nemen, dat hij in de eerste plaats aan zijn eigen kerk denkt; maar het zal toch goed zijn, dat hij er rekening mede houdt, dat ook andere kerkformaties tal van leden tellen die èn natuuronderzoeker èn christen zijn. Dippel schrijft, dat hij zijn voorstel met aarzeling doet. Dat is te begrijpen. Ik ben met hem van mening, dat de christen-natuuronderzoekers in onze technische maatschappij een bijzondere roeping hebben; maar ik geloof, dat het ook veel bezwaren heeft hen op kerkelijk terrein van andere maatschappelijke groepen te isoleren. Het is wel nodig de vóór- en nadelen van dit plan nauwkeurig tegen elkaar af te wegen. Ik ben vanmiddag in het buitenland begonnen en hoe langer hoe dichter bij huis gekomen. Ik wil eindigen met enkele opmerkingen over onze vereniging en de kring waaruit zij haar leden recruteert. Ik heb het weleens betreurd, dat het onze vereniging nooit gelukt is mannen als Kohnstamm en Van de Hulst, Dippel en Volger — om
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's