1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 221
VRAGEN EN BEANTWOORDING
195
staan hier voor een van de schoonste en meest bewonderenswaardige hoofdstukken uit de schepping der levende natuur en bestudering hiervan zal ons voeren tot nederigheid en diepe eerbied voor d e Schepper. W a n n e e r we ons door dergelijke oogmerken laten leiden en niet hoger trachten te grijpen dan ons in onze menselijke beperking mogelijk is, bedrijven we chemie in christelijke zin in de w a r e betekenis van het woord. SUMMARY : A review was given of our present knowledge about muscular contraction. This subject is most interesting for us because many investigators regard it as a preparation for a more direct attack on the secret of life. Specially mentioned are the investigations of Szent-Györgyi and coworkers and their materialistic point of view. In contrary referent means that life is a thing in itself and not only a quality of systems of matter and so he believes it never to b e possible to find out the secret of life by studying matter only.
VRAGEN EN BEANTWOORDING Prof, van Dalen : 1. Hoe ontstaan de dipolen in een spiervezel; bestaat daaromtrent een behoorlijk verantwoorde voorstelling? 2. Worden slechts actine en myosine gebruikt voor het samenstellen van een eiwitdraad, en geen van de vele andere in spieren voorkomende eiwitten? 3. Waarheen diffunderen de kalium-ionen na de zenuwprikkel in de spier? Antwoord : 1. Over het ontstaan van de dipolen in een spiervezel is nog niets met zekerheid bekend. We moeten dit nog uitsluitend zien als een werkhypothese. 2. Stellig zullen ook andere eiwitten hierbij een rol spelen, aangezien nog verscheidene andere in de spier voorkomen, doch het rechte ervan weet men nog niet. 3. De diffusie van de kalium-ionen moeten we zien als een ontleding van het complex eiwit-glycogeen-kalium-A.T.P. De hieruit losgemaakte K-ionen komen er dus a.h.w. naast te liggen. De kalium-ionen treden dus waarschijnlijk niet uit de spiervezel. Dr J. Landman : 1. De myofibrillen in een spiervezel kunnen in twee groepen onderscheiden worden, n.l. de centrale en de randfibrillen. Deze laatste zijn beschreven door Heidenkain en Benda (Plasma und Zelle 11—1911). Deze randfibrillen zouden bestaan uit dikke korrels, die veel glycogeen bevatten. Is met behulp van de electronenmicroscoop dit onderscheid in myofibrillen te zien? Welke rol speelt de ophoping van glycogeen in de fibrillen, die direct onder het sarcolemna gelegen zijn? Staat de glycogeen-ophoping wellicht ook in verband met het zenuweindboompje, dat zich direct onder de sarcolemna bevindt? 2. Helaas kan ik mij niet geheel verenigen met Uw visie op het leven. Het kweken van een weefselfragment in een voedingsbodem zou dan n.l. niets anders zijn dan het kweken van iets, dat dood is. Volgens
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's