1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 91
CHARLES ROBERT DARWIN
73
verhandelingen, en vervolgens omdat hij zijn stellingen slechts poneerde en niet bewees. Weinig beter verging het de Fransman J. B. de Lamarck (1744— 1829). In 1809 publiceerde deze zijn bekende „Philosophic Zoologique", waarin hij de biologische grondslagen van het evolutionisme theoretisch uiteenlegde : generatio spontanea, overgang van diergroep naar diergroep, en soortverandering. Hij verklaarde het evolutieproces door een continue vormverandering der soorten aan te nemen. Was het bij Erasmus Darwin het barre milieu dat de beste organismen uitverkoos en zo de soorten zich om strijd deed veranderen, bij de Lamarck was het een inwendig streven, waardoor de organismen zich door eigen werken actief aanpasten aan de omstandigheden. De giraffen kregen een lange nek omdat zij generaties lang voortdurend hogere boombladeren wilden eten. Evenals Erasmus Darwin faalde de Lamarck omdat hij niet door een grondig onderzoek de onweerlegbare bewijzen voor de algemeengeldigheid van zijn soortveranderingsmechanisme leverde. Nog andere onderzoekers uit de eerste helft van de 19e eeuw, die de evolutiegedachte verkondigden, zouden te noemen zijn i4). Het is voor ons echter voldoende dat wij inzien dat er tekenen waren welke er op wezen, dat de fundamenten van het gebouw van de constantiebiologie geleidelijk aan ondergraven werden. Keren wij nu terug naar Charles Darwin. Het is geen wonder dat deze onderzoeker, geboren in het jaar dat Lamarck's „Philosophie Zoologique" verscheen, waarvan de inhoud hem reeds te Edinburgh in ongeveer 1825 op een wandeling door zijn mede-student Grant is) op enthousiaste wijze werd verteld, het is geen wonder dat deze kleinzoon van Erasmus Darwin, wiens werken hij reeds jong las, zich al spoedig voor het, laat ons het noemen, „soortvraagstuk" interesseerde. Wat een algemene overwinning van de gedachte der soortverandering nog in de weg stond was, dat nog niemand voldoende natuurwetenschappelijke argumenten ten gunste hiervan had aangevoerd, ledere bioloog in het begin van de vorige eeuw, die zich met ijver op dat vraagstuk toelegde en over een groot waarnemingsvermogen beschikte, had hier de kans zijn naam z.g. „onsterfelijk" te maken. Darwin bezat deze eigenschappen : hij was een furieus kever-verzamelaar (dat dit van belang was, blijkt hieronder) en leverde reeds
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's