1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 206
180
L. ALGERA
via de aminozuren ornithine en citrulline. Door bestraling met ultraviolet licht of Röntgenstralen kan men uit de wildvorm mutaties verkrijgen, die het vermogen verloren hebben om uit anorganische stikstof eiwit op te bouwen. Daaronder bevindt zich een zevental, waarbij dit manco berust op het onvermogen om arginine te synthetiseren. Voegt men aan hun milieu nl. arginine toe, dan blijken zij zich goed te kunnen ontwikkelen. Verder onderzoek wees nu uit, dat deze zeven mutanten niet aan elkaar gelijk zijn. Vier van de zeven mutanten konden zich goed ontwikkelen wanneer ornithine aan het milieu werd toegevoegd. Zij bezitten dus wel het vermogen om uit ornithine via citrulline arginine te vormen, maar missen blijkbaar het enzym, dat nodig is voor de ornithine synthese. Vervolgens waren er twee mutanten, die op citrulline tot ontwikkeling konden komen. Deze kunnen dus wel citrulline in arginine omzetten, maar missen het enzym, nodig voor de synthese van citrulline uit ornithine. Zij ontwikkelen zich na toedienen van ornithine niet. De zevende mutant tenslotte groeit niet op ornithine en citrulline, maar Jwèl na toedienen van arginine. Bij deze mutant ontbreekt het enzym voor de omzetting van citrulline in arginine. Horowitz trekt uit deze en soortgelijke proeven twee conclusies. Ten eerste, dat de synthese van de essentiële chemische bestanddelen der levende wezens onder genetische controle staat. Ten tweede, dat er een „one-to-one" betrekking bestaat tussen gen en chemische reactie, d.w.z. het aantal genen, dat betrokken is bij de synthese van een enkele stof, is gelijk aan het aantal trappen waaruit deze synthese bestaat. Bij Neurospora is het dus gelukt om van een aantal ,genen zeer nauwkeurig de deelreactie aan te wijzen, die door elk van hen wordt beheerst. Wat het mechanisme van deze genetische controle betreft, veronderstelt Horowitz, dat de genwerking hierin bestaat, dat het gen het enzym synthetiseert, dat de betreffende deelreactie katalyseert. Het was reeds eerder bekend, dat de genen het vermogen tot synthese bezitten. Bij iedere gewone kerndeling verdubbelt zich het aantal chromosomen en ,dus moet de hoeveelheid erfsubstantie zich ook verdubbelen. Deze zelfvermeerdering der genen hangt zeer nauw samen met hun chemische samenstelling.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's