1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 76
62
SECTIE-VERSLAGEN
dat de nageboorte mono-choriontisch en mono-amniontisch is, zodat met zckeiheid kan worden gezegd, dat de tweeling een-eng is GENESE Eigenlijk tast men nog m het duister, wanneer men de laatste vraag over deze ontwikkelingsstoornis wil beantwoorden Reeds meerdere eeuwen heeft men gepemst en theorien ontwikkeld om tot een oplossing van het probleem t e komen S u p e r v i l l e dacht in 1739 aan de mogelijkheid van een gestoord voorstellingsvermogen van de zwangere moeder, waardoor de voortgang m de ontwikkehng van d e foetus gestoord werd C o o p e r , later M o n r o e en C l a r k e wezen op het eind van de 18de eeuw op de mogelijkheid van een anomalie m de ciiculatie De eeiste deelde mede, dat het hem gelukt was, door opspuitmg van de vaten, een verbinding aan te tonen van het hart van de gezonde foetus naar het misvormde lichaam van de partner, via de placenta In 1850 en ook in latere jaren gmg men bij de hypothesen en experimenten uit van de gemelh, omdat deze zeldzame acardn bijna uitslmtend werden geboren als helften van een-enge tweelingen Mede op grond van de onderzoekingen aan nageboorten gmg b v Spaeth uit van de veronderstelling, dat er een zekere voorrang bestond, wat de bloedvoorziemng betrof, waardoor de ene helft zich normaal kon ontwikkelen en de andere met Later kwam hij hierop terug, omdat de ervaring leerde, dat het afsterven van het ene foetus geen invloed had op de ontwikkeling van het andere Ook de bekende onderzoekingen van S c h a t z waren gebaseerd op mjicering van de vaten van de nageboorte (arteriele en veneuze anastomosen) De Amerikaanse onderzoeker S t o c k a r d veronderstelde, dat er in hoofdzaak drie oorzaken waren voor de variaties bij monochoriontische tweelingen, n 1 een verschil in oxydatievermogen van de erythrocyten („oxygen supply"), het verschil in vochtigheidstoestand, zowel intra- als extra-foetaal en het verschil in lichaamstemperatuur Hij bouwde hierbij voort op de oude ondenzoekmgen van Westphalen, die reeds op het einde van de 19de eeuw bij verschillende eén-eiige tweelingen een verschil m haemoglobme-gehalte vond, tezamen met de combinatie hydramnion-olygammon Hij vond bovendien, dat, mdien het een of andere agens was aangewend om de embryonale ontwikkeling in een critiek stadium te remmen en na enige tijd dit agens weer was weggenomen om de ontwikkeling ongestoord te laten doorgaan, verschillende delen van het dierlijk foetus waien samengedrukt, onderontwikkeld en gedeformeerd EXPERIMENTELE EMBRYOLOGIE Een belangrijke bijdrage tot de kennis van het ontstaan van deze en dergelijke grove ontwikkelingsstoornissen is ons geschonken door de vondsten op het gebied van de experimentele embryologie bij dieren Aanvankelijk bij dieren, waarbij de bevruchte eicellen buiten het moederlijk lichaam tot ontwikkeling komen (amphibien en vogels), doch later ook bij zoogdieren We denken hierbij allereerst aan de bekende proeven D r i e s c h op het eind van de vorige eeuw, die in staat was
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's