1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 72
58
SECTIE-VERSLAGEN
wordt waargenomen Bij micro-organismen en spermien geldt dit bezwaar voor elke methode om de mate van hun activiteit vast te stellen (tenzij mon ze weet te merken) BIJ micro-organismen en spermien geldt dit bezwaar voor elke methode om de mate van hun activiteit vast te stellen (tenzij men ze weet t e merken) LITERATUUR W van Zijl, Ned Tijdschr Diergeneesk Dl 74, 553 (1949) Lord Rothschild, Nature 163, 358 (1949) J Exp Biol 25, 219 (1948) J Agr Sci 40, 82 (1950)
HET VOORKOMEN VAN DROSOPHILA'S IN NEDERLAND door L VLIJM Drosophila's zijn tweevleugelige insecten (Diptera, Insecta), nauw verwant aan onze huisvlieg, Musea domestica, alleen veel kleiner ( ± 3 mm lengte) Deze vliegen izijn van groot belang o a voor het genetisch onderzoek Jmst door het bestuderen van Drosophila's kwam het chromosoomonderzoek en in later tijd het genetisch onderzoek binnen poputaties op gang Het begin van een dergelijk onderzoek naar de genetische opbouw van een populatie is het inventariseren van een bepaald gebied op Drosophila-soorten Onderzoekingen op dit gebied dateren van de laatste 20 jaar (binnen Europa van de laatste 10 jaar) Sturtevant onderzocht populaties m Noord-Amerika, Burla in Zwitserland, om er enkele te noemen In 1950 werd een dergelijk onderzoek m Nederland begonnen door Lever en Sobels (Proc Kon Ak v Wetenschappen 1950) In de loop van dit onderzoek werden voor Nederland 13 nieuwe soorten bekend, terwijl daar, itoen m 1951 dit ondenzoek verder werd uitgebreid, nog 2 soorten bijkwamen. Het doel was van bepaalde, zoveel mogelijk van elkaar verschillende gebieden, een groot aantal vliegen te vangen (met behulp van bussen, waarin zich een mengsel van gist en fruit bevond), en deze vervolgens te determineren Men kan dan de opbouw van populaties binnen verschillende gebieden met elkaar gaan vergelijken Het blijkt nu dat verschillende gebieden ook een verschillende Drosophila-fauna bezitten Groot verschil maakt het b v of men m cultuur"-biotopen of m „wild"-biotopen vangt Onder biotoop verstaat men de primaire topografische eenheid waarbinnen een dier zich bevindt, het wordt bepaald o a door microklimatologische factoren bodemgesteldheid, vochtigheid, temperatuurtraject e d , en door voedmgsvoorwaarden Zo vormt een eikenbos, of een loofbos, in het algemeen een ander biotoop dan een bos met Coniferen, terwijl een tuin bi) een huis of in het algemeen gebieden dicht bij huizen, weer een ander biotoop vormen De eersten van deze gebieden kan men „wild"-biotopen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's