1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 203
DE GESCHIEDENIS DER GENETICA SINDS 1900
177
komst te verkrijgen moet de totale lengte der chomomeren gedeeld worden door alle in het chromosoom aanwezige genen. Het is wel zeker, dat nog lang niet alle genen bekend zijn. De genoemde getallen geven dus slechts een bovenste grenswaarde aan. De tweede methode maakt gebruik van het feit, dat het bestralen met Röntgenstralen kunstmatige mutaties, dus erfelijke veranderingen, in de genen kan opwekken. Deze stralen veroorzaken ioniseringen in het bestraalde object. Op grond van de mutatie-frequentie, die recht evenredig is aan het aantal toegediende Röntgen-eenheden, komen Muller en Timoféeff-Ressovsky tot de conclusie, dat één enkelvoudige mutatie wordt veroorzaakt door één ionisering en verder, dat de ionisering moet plaats vinden binnen een ruimte van ongeveer 5 m ^ diameter, om daarin een enkelvoudige mutatie op te wekken. Deze diameter van 5 m/t komt goed overeen met één der zojuist genoemde afmetingen van het gen. Hetgeen hier van de localisatie der genen is gezegd, heeft wellicht de indruk gewekt, dat alle genen in de kern gelegen zijn. Dit is echter niet het geval. Er zijn een aantal eigenschappen bekend, die uitsluitend via de moeder worden overgeërfd en waarvan men aan moet nemen, dat hun genen in het cytoplasma liggen. Ter onderscheiding van de kerngenen, worden deze in het cytoplasma gelegen genen plasmagenen genoemd. Dikwijls onderscheidt men twee soorten van plasmagenen. Die, welke liggen in microscopisch zichtbare deeltjes als plastiden en microsomen, worden plastogenen genoemd. De naam plasmagenen wordt dan, in meer beperkte betekenis, gebruikt voor die genen, die niet aan dergelijke microscopische deeltjes gebonden zijn. Nadat de localisatie der kerngenen met grote nauwkeurigheid was bepaald, begint de dynamische genetica, die onderzoekt hoe uit een gen zich de door dit gen beheerste eigenschap ontwikkelt, steeds meer en meer in het centrum der belangstelling te staan. Het spreekt vanzelf, dat reeds vanaf de aanvang van het erfelijkheidsonderzoek over de vraag naar de werking der genen is nagedacht en in de literatuur vinden wij reeds vroeg beschouwingen over dit probleem. Nadat Bateson in 1902 had aangetoond, dat de alcaptonurie, een bij de mens voorkomende ziekte, zich gedraagt als een recessieve eigenschap, vond Garrod, dat deze ziekte gekenmerkt wordt door de afscheiding van alcapton of 2,5-dihydroxyphenylazijnzuur in de urine.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's