1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 163
BEGEIPSVORMING IN DE PATHOLOGIE
141
Zolang deze ervaring echter niet verder door het denken wordt verwerkt, blijft de geneeskunde een zuiver empirische wetenschap. En ze blijft in empirisme gevangen, wanneer ze zich bewust afkerig toont van een begripsmatige verwerking der ervaring. Degene, die dat niet was, maar juist een rationele verwerking der ervaring voorstond en als eerste beproefde, was Hippocrates, die daardoor de grondlegger van onze wetenschappelijke geneeskunde werd. Hij voerde enige begrippen in, zoals dat van de phusis, de natuur, maar vereenzelvigde de ziekte veelszins met de ziekteverschijnselen. Ziekten, die met pijn in de zijde verlopen, heten bij hem zijdewee. Wij zouden dan graag willen weten, of hier bijvoorbeeld een longontsteking dan wel pleuritis in het spel is. Ook later benoemde men de ziekte dikwijls naar het verschijnsel, bijvoorbeeld koorts. De ziekte was dan koorts. Bestonden er tevens maagverschijnselen, dan sprak men van febris gastrica. Hier moge er op gewezen worden, dat een schijnbaar weinig scherp begrip soms uitstekende diensten kan bewijzen. Ieder weet, hoe veelvuldig allerlei ingewandsstoornissen bij zuigelingen zijn. Er is een tijd geweest, dat men zich, meestal tevergeefs, uitsloofde een diagnose van darmcatarrh of dysenterie te stellen, tot iemand eerder de oor2'aak in de voeding en vertering zocht, en het overigens vage begrip : voedingsstoornis, dyspepsie invoerde. Aan de invoering van dit begrip, dat een minutieuze regeling der voeding als therapeutische consequentie had, hebben duizenden zuigelingen het leven te danken. Intussen is de behoefte aan een scherp omschreven algemeen begrip der ziekte na de renaissance der medische wetenschap in de 16e eeuw dringender geworden. Ongeveer twee honderd jaar geleden begon de ziektekundige ontleedkunde door stelselmatig lijkopeningen te verrichten, haar bevindingen mede te delen. Men vond na den dood bij den maaglijder bijvoorbeeld een kankergezwel, en zeide: Ziedaar de ziekte; quod non vita loquax, mors taciturna docet. De ziekte is gezeteld in een bepaald orgaan, heeft daar haar zetel, de sedes morbi, en het anatomische ziektebegrip ontstond, waarbij de ontleedkundig gevonden afwijking met de ziekte werd gelijk gesteld. Ook dit begrip beïnvloedde het therapeutisch handelen der artsen bijzonder. Er scheen bij dit ziektebegrip maar één mogelijkheid : de ziekte uit het lichaam uit te snijden, of, indien dit om welke reden dan ook niet mogelijk was, de handen in den schoot te leggen. Een furor operandi hier, een therapeutisch nihilisme daar was het gevolg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's