Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 207

2 minuten leestijd

DE GESCHIEDENIS DER GENETICA SINDS 1900

181

Reeds in 1871 werden door Miescher de eerste analyses van kernen uitgevoerd. Hij vond daarbij, dat de kern voor een zeer belangrijk deel uit nucleine bestaat, een stof, die tegenwoordig met de naam nucleoproteide wordt aangeduid. Later vond Levene, dat er meer nucleoproteiden bestaan. Alle zijn zij opgebouwd uit nucleinezuur en proteïne. Daar de kern niet uitsluitend uit genen bestaat, moest nog nader worden aangetoond, dat de in de kern gevonden nucleoproteiden inderdaad van de genen afkomstig zijn. Het bewijs hiervoor is voor een belangrijk deel te danken aan Caspersson. Van zijn werk wil ik in dit verband alleen zijn onderzoek van de reuzenchromosomen vermelden. Met behulp van een microspectrophotometer kon hij de absorptiespectra bepalen zowel van de schijven als van de daar tussen gelegen gebieden. De schijven, waarin zich de genen bevinden, geven absorptiespectra, die karakteristiek zijn voor een nucleoproteide. De tussengelegen en genetisch lege gebieden leveren deze spectra niet, maar hun spectra zijn karakteristiek voor een proteine. In de laatste tijd is aangetoond, dat bepaalde nucleoproteiden en speciaal het nucleinezuur daarin, een belangrijke rol spelen bij de synthese der eiwitten. In dit verband is het van belang, op te merken, dat niet alleen de genen, maar ook andere, in het cytoplasma aanwezige structuren, zoals de plastiden en de microsomen, die zich eveneens zelf kunnen vermeerderen, nucleoproteiden bezitten. Het is dan ook zeer waarschijnlijk, dat de genen het vermogen bezitten om enzymen, die alle uit eiwit bestaan, te kunnen synthetizeren. Het is dus mogelijk gebleken om in enkele gevallen, waarin het gelukt is om de stofwisselingsprocessen in hun deelreacties te ontleden, een dieper inzicht te verkrijgen in de wijze waarop deze processen door een aantal genen wordt gecontroleerd. Hierbij blijkt tevens, dat al mogen de genen, wat hun verdeling over de nakomelingschap betreft, zich onafhankelijk van elkaar gedragen, zij in hun werking toch een grote mate van afhankelijkheid vertonen. Wanneer ook maar slechts één der genen, betrokken bij b.v. de eiwitsynthese, onwerkzaam wordt, dan wordt de gehele synthese geblokkeerd. Een ongestoorde ontwikkeling van het organisme is slechts dan mogelijk, wanneer alle genen hun werkzaamheden in onderlinge harmonie kunnen ontplooien. De genetica heeft de geschetste resultaten kunnen bereiken, dank zij een nauwe samenwerking met andere takken van onderzoek, zoals

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's

1953 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 207

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1953

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 342 Pagina's