1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 78
62
J. A. VAN DER HOEVEN
toond, dat de verantwoordeHjkheid aan de God van ons leven tweeerlei is: enerzijds of we niet teveel kinderen hebben (waardoor de moeder en het nageslacht gevaar kan lopen), anderzijds of we er wel genoeg hebben. Ik meen dat in het huwelijksrapport ook dit het belangrijkste element van practische waarde betekent. De vragen van huwelijk en gezinsvorming gaan het allermeeste hierom. Jaren lang hebben velen zichzelf raad verschaft of die verkregen door de Ned. Vereniging tot Sexuele Hervorming (vroeger Neo-Malthusiaanse Bond); van de kerk of haar ambtsdragers hebben de leden op dit gebied nooit iets gehoord. Wanneer in dit rapport wel eens, naar ons gevoelen, al te veel over de R.K. Kerk gesproken wordt, dan moet men toch niet vergeten, dat de R.K. Kerk met haar voorlichting van de gelovigen, steeds bij is gebleven. Een collega, protestants arts in een katholieke omgeving, vertelde mij, toen de methode Ogino Knaus nauwelijks in de wetenschappelijke bladen was vermeld, dat hij de mensen niets meer hoefde te vertellen, zij wisten het al van de pastoor. Nu gaat het rapport der Synode wel is waar ook over het huwelijk en deszelfs fundering, maar wat daar gezegd wordt doet, ons inziens, niet,veel ter zake, wanneer het gaat om practische voorlichting der kerkleden. Hun huwelijksproblemen liggen niet in het vlak van de theoretische fundering van het huwelijk, maar — zoals gezegd — in de practische consequentie van de gezinsvorming en zeer terecht zegt het rapport: „dat is ook een belangrijke sociologische kwestie". Het is overigens in hoge mate interessant om over het huwelijk in de oud-Christelijke kerk, in de Rooms-Katholieke kerk en in de kerk der Reformatie, historische bijzonderheden te lezen. Bij het hoofdstuk: „Bijbelse fundering" valt ons op, dat op de wijze der theologen een uitvoerige bespreking gegeven wordt van de instelling en de bedoeling van het huwelijk in het Oude en Nieuwe Testament. Het is echter in vele bladzijden, naar onze overtuiging, theologie gebleven. Hiermee willen wij niet zeggen, dat er geen bewogen woorden in staan; ik denk b.v. aan het gedeelte over de Efezerbrief op pag. 8 e.v. Maar wanneer men dan op zuiver theologisch terrein wil blijven, dan doet het weer vreemd aan wanneer over de ontmoeting gesproken wordt, waarin zich het mens-zijn vervult. Het mens-zijn is in zijn grondvorm „medemens zijn", pag. 10. Dit is geen bijbelse categorie meer, maar stamt direct uit het existentialisme van Jaspers. En ook de niet gelovige zal zich gaarne hierbij aansluiten. Het is trouwens de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's