1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 142
116
G. A. LINDEBOOM
Naar veler beschouwing is de ziekte een toeval, wilt U, een stom toeval, een accident. Dan wordt ze als een duister, onbegrepen lot ondergaan. Of de ziekte is expressie, uitdrukking van iets, dat in den lijder is of aan hem geschiedt. Dan heeft de ziekte dus een zin. Die beide opvattingen corresponderen ieder met een andere mensbeschouwing. Voor het eenzijdig natuurvvetenschappelijk denken in de geneeskunde is de ziekte een accident zonder meer, dat, als 't even kan, verholpen moet worden, hoe dan ook, en daarmede is de zaak klaar. De arts ziet dan niet verder dan het zieke lichaam. Gelukkig begint de geneeskunde dan ook een bredere visie op mens en ziekte te krijgen. Dat is ook hoog nodig, want anders blijft het verstaan van zo menige ziektetoestand haar ontzegd. De ziekte is in vele gevallen een expressie van het innerlijk leven van den mens, en ze heeft een zin. Dat geldt zelfs voor een zo accidenteel iets, als een ongeval. De Amerikaanse verzekeringmaatschappijen weten immers reeds lang, dat de overgrote meerderheid der auto-ongelukken niet berust op het falen van het mechanisme, doordat een band springt of de remmen weigeren, maar op persoonlijkheidsfactoren, op de gemoedstoestand van den rijder. Daarom komt dikwijls een ongeluk in een critieke phase van een mensenleven. Het zijn werkelijk niet alleen de confessioneel opgcvoeden, die in hun ziekte vragen naar de betekenis er van. Het behoort tot het wezenlijke van den mens zinvolle daden te stellen, en te vragen naar den zin van wat er om hem, en ook met hem en in hem gebeurt. Sommigen mogen er zich van af maken met een: „'t zal wel ergens goed voor zijn", velen leggen zich bij zo'n gemakkelijke verklaring niet neer. En zelfs voor degenen, die in hun gezonde dagen aan den zin van hun leven hebben getwijfeld of er aan zijn voorbijgegaan, kan een ziekte van diepe betekenis zijn. Het kan zijn, dat in de ziekte hun de zin van het leven wordt geopenbaard. Voor den arts, die zijn patiënten werkelijk wil verstaan, en, waar mogelijk, ze wil helpen, zijn deze noties van groot belang. Ze liggen begrepen in een Christelijke mensbeschouwing, die den mens uittilt boven het vlak van het zuiver natuurlijk en tijdelijk bestaan, en een eeuwigheidskern in hem aanwezig weet. Dat geldt ook in tijden van ziekte, wanneer het natuurlijke een versterkte greep op den mens heeft. Een biologische beschouwing van den mens heeft alleen oog voor de natuurlijke invloeden, die den zieke ook in zijn ziek-zijn vérgaand bepalen. De natuurwetenschap en ook de psychosomatiek stapelen die determinanten op, als even zovele factoren, die stem-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's