Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 114

2 minuten leestijd

92

J. LEVER

Lehre vom Menschen" van 1951, waaraan de volgende gegevens in hoofdzaak zijn ontleend. Wij zullen ons daartoe allereerst wat uitvoeriger bezighouden met de menswording, zoals wij die allen hebben doorgemaakt, met de embryonale ontwikkeling en met het eerste levensjaar, gedurende welke perioden de mens wordt voorbereid op het mensenleven. De hulpeloze baby in de wieg, die niet veel anders kan dan slapen, eten en huilen, doet ons sterk denken aan overeenkomstige stadia bij vogels en zoogdieren, waar ook vaak de jongen gedurende enige tijd volkomen van de ouders afhankelijk in het nest liggen. Wanneer wij de eerste levenstijd van allerlei vogels en zoogdieren eens wat nauwkeuriger bezien, dan vallen ons direct twee typen op, welke typen we kunnen illustreren door te wijzen op de blinde jonge katjes en honden enerzijds en de levendige tot allerlei acties in staat zijnde veulens en kalveren anderzijds. Hoe is dit verschil over de zoogdiertypen verdeeld? Het blijkt dat die zoogdieren, welke een weinig gespecialiseerde lichaamsbouw en naar verhouding gering ontwikkelde hersenen bezitten, veelal een korte draagtijd, een groot aantal jongen en een hulpeloze toestand direct na de geboorte vertonen. Deze jongen zijn niet of weinig behaard, hun ogen en oren zijn nog vergroeid gesloten (fig. 11) en hun lichaamstemperatuur is afhankelijk van die van het milieu. Men vindt deze toestand bij insecteneters, bij vele knaagdieren en bij kleine roofdieren. Men noemt deze dieren „nestblijvers". Bij de zoogdieren die hoger gespecialiseerd zijn, zoals hoefdieren, zeehonden, walvissen, halfapen en apen duurt de ontwikkeling in het moederlichaam veel langer, het aantal jongen is veelal slechts 1 of 2, en deze zijn ver ontwikkeld. Zij lijken al grotendeels op hun ouders, zij kunnen hun zintuigen en spieren reeds geheel op de juiste wijze gebruiken. Men noemt dergelijke dieren: „nestvlieders". Het verschil springt duidelijk naar voren wanneer we de jonge eekhoorntjes, waar pas een maand na de geboorte de ogen opengaan, vergelijken met de veulens (fig. 12), die meteen al de kudde kunnen volgen. Wij zagen zoeven dat de ogen, oren en de neusopeningen bij deze ,,nestvlieders" bij de geboorte open waren. Tijdens de embryonale ontwikkeling maken echter ook deze dieren een periode door waarbij de zintuigen gesloten zijn. Deze toestand blijft dus bij de „nestblijvers" nog tot na de geboorte bestaan, de ..nestvlieders" worden pas na deze periode geboren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 114

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's